Biologie 4-GT | Thema 2 Ecologie Public

  • Email
  • Share
  • Contributors
  • Close Course

Ontwikkeling rondom zoutwater.

Tags No tags specified

Module Information

Paragraaf 1
1. De organismen die in de tekst genoemd worden, vormen samen een deel van een voedselketen. Om deze voedselketen compleet te maken is nog andere informatie nodig. Welke informatie ontbreekt om de voedselketen compleet te kunnen maken? 2. Door de afname van het aantal grote haaien moest de visserij op schelpdieren langs de Amerikaanse oostkust enkele jaren geleden worden gestopt. Er konden bijna geen schelpdieren meer worden gevangen. Leg uit waardoor het aantal schelpdieren afneemt als het aantal grote haaien afneemt. Opgaven uit eindexamen 2014 vmbo-GL en TL, tijdvak 2.
Show less
3) Pietje doet onderzoek op het drooggevallen wad en schrijft alle organismen op die hij heeft gevonden/gezien tijdens zijn onderzoek. De lijst is in de afbeelding weergegeven, verder heeft hij opgezocht wat deze organismen eten en dat in de tabel erbij gezet. Na de tabel gezien te hebben moet Pietje een voedselweb hiervan maken. Hij heeft niet plankton gezien, maar wel zand. Pietje kiest ervoor om twee vaste startpunten te maken in zijn voedselweb om daarmee op te starten: zand en plankton. Maak nu het voedselweb af met alle organismen in de tabel.
Show less
Paragraaf 3
Eiwitten bevatten stikstof. Stikstof komt in de bodem voor in nitraten. Planten nemen deze minerale zouten op en gebruiken ze om eiwitten op te bouwen uit glucose. Dieren kunnen zelf geen eiwitten maken uit glucose en nemen ze op met hun voedsel. Bij de afbraak van eiwitten in dode resten ontstaan weer nitraten. In de wortels van verschillende plantensoorten leven bacteriën in wortelknolletjes. Deze bacteriën gebruiken stikstof uit de lucht om nitraten op te bouwen. De informatie hierboven beschrijft een stikstofkringloop. Het schema in de afbeelding geeft deze kringloop weer.  4. Op de plaatsen van de cijfers ontbreken de namen van vier groepen organismen. Deze namen staan in een tabel op de uitwerkbijlage. Schrijf de cijfers 1, 2, 3 en 4 uit de kringloop achter de juiste organismen. dieren planten rottingsbacteriën wortelknolbacteriën 5. Bij de afbraak van overtollige eiwitten in je lichaam ontstaat ureum. Ureum wordt via de urine uitgescheiden. Hoe heet het orgaan dat overtollige eiwitten afbreekt? En hoe heet een orgaan dat ureum verwijdert uit het bloed? Schrijf je antwoord zó op: overtollige eiwitten afbreken in: ............................. ureum uit het bloed verwijderen in:........................ Opgaven uit eindexamen 2015 vmbo-GL en TL, tijdvak 1.
Show less
Paragraaf 4
6. Ringstaartmaki’s behoren tot de halfapen en komen voor op Madagaskar, een groot eiland voor de kust van Afrika. Ze leven in groepen en voeden zich vooral met bladeren en vruchten van bomen. Enkele biologen doen onderzoek naar het gedrag van twee groepen ringstaartmaki’s. De groepen leven in twee verschillende gebieden op het eiland, gebied 1 en gebied 2. De afkortingen zijn hieronder uitgelegd: Ete = eten vzo = voedsel zoeken rus = rusten zit = zitten zvp = zich verplaatsen De verschillen tussen de gebieden staan hieronder beschreven. Gebied 1: Hoge bomen die dicht op elkaar staan Boomvruchten met een hoger gehalte aan energierijke stoffen Veel schaduw, waardoor de temperatuur minder hoog oploopt Gebied 2: Lage bomen die ver uit elkaar staan Boomvruchten met een lager gehalte aan energierijke stoffen Weinig schaduw, waardoor de temperatuur hoger oploopt De biologen denken dat het verschil in de tijd die de maki’s besteden aan niet-actief gedrag, verklaard kan worden door bovenstaande verschillen in de leefomgeving van de twee groepen. Noem een verschil in een biotische factor tussen beide gebieden dat een oorzaak kan zijn voor het verschil in de tijd besteed aan niet-actief gedrag. Gebruik daarvoor bovenstaande gegevens en leg je antwoord uit. Opgaven uit eindexamen 2015 vmbo-GL en TL, tijdvak 1.
Show less
Paragraaf 4
In Nederland komen planten en dieren voor die er vroeger niet waren. Twee van zulke soorten zijn de druipzakpijp en de kleine heremietkreeft. Beide diersoorten leven op de zeebodem. De druipzakpijp is een sponzensoort die geelwitte kolonies vormt. De kleine heremietkreeft kruipt meestal in een lege schelp (zie de afbeeldingen). 7) Vergelijk de grootte van de populaties van beide diersoorten in het jaar 2000 met de grootte in 1995. Waren de populaties in 2000 groter of kleiner in vergelijking met 1995? Beide populaties waren in 2000 groter. De populatie van de druipzakpijp was in 2000 groter, die van de heremietkreeft kleiner. De populatie van de druipzakpijp was in 2000 kleiner, die van de heremietkreeft groter. Beide populaties waren in 2000 kleiner. 8) In het diagram is te zien dat de populatiegrootte van de kleine heremietkreeft soms sterk afneemt. Als oorzaak hiervoor noemen sommige biologen de lage temperatuur in de winter. Noem een andere mogelijke oorzaak voor afname van de populatiegrootte.   Opgaven uit eindexamen 2013 vmbo-GL en TL, tijdvak 1.
Show less
Paragraaf 5
9) Een groot deel van het water dat de kangoeroerat nodig heeft, wordt in het lichaam gemaakt bij de stofwisseling (zie de afbeelding). De rest neemt het dier op uit de omgeving. Er is verschil in de manier waarop de kangoeroerat en de mens water uit de omgeving opnemen. Leid uit de diagrammen af wat dat verschil is. 10) Water wordt in het lichaam gemaakt bij het stofwisselingsproces dat energie vrijmaakt in de cellen. Hoe heet het proces waarbij energie vrijkomt in de cellen? 11) De stofwisseling van een kangoeroerat is aangepast aan een bepaald type leefomgeving. Is die leefomgeving droog of is die vochtig? Leg je antwoord uit met behulp van gegevens uit de afbeelding. 12) Een mens verliest gemiddeld per dag 2500 milliliter water, waarvan 900 milliliter door verdamping en 100 milliliter met de ontlasting.  Hoeveel procent van het waterverlies bij de mens wordt veroorzaakt door het afgeven van urine volgens bovenstaande gegevens? Leg je antwoord uit met een berekening. Opgaven uit eindexamen 2014 vmbo-GL en TL, tijdvak 1.
Show less
Paragraaf 6
13) Wat is de functie van de nectar die in de bloemen wordt gemaakt? 14) De watergentiaan heeft bladeren die op het water drijven. Waar zitten de huidmondjes bij zulke bladeren? alleen aan de bovenzijde van het blad alleen aan de onderzijde van het blad aan beide zijden van het blad 15) In de afbeelding kun je zien dat op de buitenkant van een zaadje stekeltjes zitten. Leg uit hoe deze stekeltjes helpen bij het verspreiden van de zaden. 16) De watergentiaan plant zich voort door wortelstokken en door zaden. Geef bij elke manier aan of het geslachtelijke of ongeslachtelijke voortplanting is. Wortelstokken = ... voortplanting Zaden = ... voortplanting Opgaven uit eindexamen 2013 vmbo-GL en TL, tijdvak 1.
Show less
17) Op de afbeelding hierboven is zeekraal te zien. Zeekraal heeft twee varianten, kortarige zeekraal en langarige zeekraal, en komt veel voor op het wad. De plant kan hier goed groeien zolang de zoutconcentratie niet te hoog wordt. De plant zit vol voedingsstoffen en wordt rauw gegeten in salades, maar kan ook worden gekookt. De plant is opgebouwd uit dikke stengels en bladeren die veel water bevatten. De bladeren zijn klein en hebben weinig oppervlak. Leg uit waarom dat belangrijk is.
Show less