Questão 1
Questão
Welke van de volgende uitspraken over antigenen is juist?
Responda
-
Alleen lichaamseigen cellen hebben antigenen op hun celmembraan.
-
Alleen lichaamsvreemde cellen hebben antigenen op hun celwand.
-
Er zitten geen antigenen op cellen.
-
Zowel lichaamseigen als lichaamsvreemde cellen hebben antigenen.
Questão 2
Questão
Welke van de volgende uitspraken over antigenen is juist?
Responda
-
Antigenen zitten alleen op rode bloedcellen.
-
Er zitten geen antigenen in het bloed.
-
Antigenen zitten alleen op witte bloedcellen.
-
Antigenen zitten alleen op bloedplaatjes.
Questão 3
Questão
Niels zegt dat pus uit een wondje voornamelijk bestaat uit dode witte bloedcellen.
Jet zegt dat witte bloedcellen niet buiten het bloedvat kunnen bewegen .
Welke van onderstaande antwoorden is juist?
Responda
-
Alleen Niels heeft gelijk.
-
Niels en Jet hebben allebei ongelijk.
-
Niels en Jet hebben allebei gelijk.
-
Alleen Jet heeft gelijk.
Questão 4
Questão
Welke van de volgende uitspraken over antistoffen is onjuist?
Responda
-
Antistoffen worden geproduceerd door een witte bloedcel.
-
Eén soort antistof past alleen op één soort antigeen.
-
Antistoffen zweven los in het bloedplasma.
-
Antistoffen zijn stoffen die door rode bloedcellen worden gevormd.
Questão 5
Questão
Bekijk de afbeelding. Hierin zijn antistoffen met antigenen weergegeven.
Welke combinatie van antistoffen en antigenen is juist?
Responda
-
Antistof 4 en antigeen A.
-
Antistof 2 en antigeen B.
-
Antistof 3 en antigeen D.
-
Antistof 1 en antigeen C.
Questão 6
Questão
De verschillende bloedgroepen worden veroorzaakt door de verschillende antigenen op de bloedcellen. Hierbij kun je rekening houden met de rhesusfactor. De aanwezigheid of afwezigheid zorgt voor verschillende bloedgroepen
Hoeveel verschillende bloedgroepen zijn er, als je rekening houdt met de rhesusfactor?
Questão 7
Questão
Door hoeveel verschillende antigenen worden de bloedgroepen bepaald?
Responda
-
1 soort antigeen.
-
2 soorten antigeen.
-
3 soorten antigeen.
-
4 soorten antigeen.
Questão 8
Questão
In welke van onderstaande transfusies zal klontering van het bloed ontstaan? Zie afbeelding.
Responda
-
Transfusie 1
-
Transfusie 2
-
Transfusie 3
-
Transfusie 4
Questão 9
Questão
Ook bij bloedtransfusies moet met de rhesusfactor rekening worden gehouden.
Welke personen hebben antistoffen tegen de rhesusfactor in hun bloed?
Questão 10
Questão
De volgende situatie gaat over Bart. Hierbij horen de vragen 10 tot en met 12.
Bart moet een zware operatie ondergaan. Tijdens de operatie verliest hij veel bloed. Gelukkig hebben de artsen voor de operatie zijn bloedgroep bepaald en hebben zij tijdens de operatie een transfusie kunnen uitvoeren. Het bepalen van de bloedgroep hebben de artsen gedaan door een druppel van het bloed van Bart te mengen met zowel antiserum A als antiserum B. In deze twee serums zitten de antistoffen voor antigeen A en antigeen B. De resultaten van de proef zijn hieronder weergegeven:
Bloed + antiserum A (dus antistof-A) = Geen klontering
Bloed + antiserum B (dus antistof-B) = Wel klontering
Welke uitspraak over het bloed van Bart is onjuist als je naar de resultaten kijkt?
Responda
-
Er is geen klontering met antistof-A dus er zitten geen antigenen A in het bloed van Bart.
-
Er is welk klontering met antistof-B dus er zitten wel antigenen B in het bloed van Bart.
-
De klontering met antistof-B zegt niets over de aanwezigheid van antigeen B in het bloed van Bart.
Questão 11
Questão
De volgende situatie gaat over Bart. Hierbij horen de vragen 10 tot en met 12.
Bart moet een zware operatie ondergaan. Tijdens de operatie verliest hij veel bloed. Gelukkig hebben de artsen voor de operatie zijn bloedgroep bepaald en hebben zij tijdens de operatie een transfusie kunnen uitvoeren. Het bepalen van de bloedgroep hebben de artsen gedaan door een druppel van het bloed van Bart te mengen met zowel antiserum A als antiserum B. In deze twee serums zitten de antistoffen voor antigeen A en antigeen B. De resultaten van de proef zijn hieronder weergegeven:
Bloed + antiserum A (dus antistof A) = Geen klontering
Bloed + antiserum B (dus antistof B) = Wel klontering
Wat is de bloedgroep van Bart?
Responda
-
Bloedgroep A
-
Bloedgroep B
-
Bloedgroep AB
-
Bloedgroep O
Questão 12
Questão
De volgende situatie gaat over Bart. Hierbij horen de vragen 10 tot en met 12.
Bart moet een zware operatie ondergaan. Tijdens de operatie verliest hij veel bloed. Gelukkig hebben de artsen voor de operatie zijn bloedgroep bepaald en hebben zij tijdens de operatie een transfusie kunnen uitvoeren. Het bepalen van de bloedgroep hebben de artsen gedaan door een druppel van het bloed van Bart te mengen met zowel antiserum A als antiserum B. In deze twee serums zitten de antistoffen voor antigeen A en antigeen B. De resultaten van de proef zijn hieronder weergegeven:
Bloed + antiserum A (dus antistof A) = Geen klontering
Bloed + antiserum B (dus antistof B) = Wel klontering
Van welke bloedgroepen kan Bart bloed ontvangen?
Responda
-
Bloedgroep AB
-
Bloedgroep A
-
Bloedgroep B
Questão 13
Questão
Welke bloedgroep is het meest zeldzaam in Nederland?
Responda
-
Bloedgroep A+
-
Bloedgroep AB-
-
Bloedgroep O+
-
Bloedgroep O-