Quiz
WEEK 1+2
Erstelle ein kostenloses Konto, um dieses Quiz zu beenden
Speichere deinen Fortschritt und sieh dir dein Endergebnis an.
oder mit deiner E-Mail registrieren
Schon ein Konto? Anmelden
Fragen in diesem Quiz (45)
1Alle hosts op het internet zijn met elkaar verbonden via routers ?
- ARichtig
- BFalsch
2ISP (Internet Service Provider) bied:
- Averbindingen aan aan Hosts.
- Bverbindingen aan aan andere ISP's.
- Cverbindingen aan aan Hosts & andere ISP's.
3ISP's doen aan peering omdat:
- AZe geld willen besparen.
- BZe administratie willen besparen.
- CZe geld & administratie willen besparen.
4Internet Exchange: faciliteert ISP's die willen peeren, door ze op een fysieke locatie met elkaar te verbinden.
- ARichtig
- BFalsch
5Circuit Switching is een netwerktechniek om data te versturen over een netwerk.
- ARichtig
- BFalsch
6Telefoonnetwerk maakt gebruik van:
- ACircuit Switching
- BPacket Switching
- CCircuit Switching & Packet Switching
7Voor de verbinding bij Circuit Switching wordt:
- AEen flexibele hoeveelheid bandbreedte gereserveerd die gebruikt kan worden om data heen en weer te sturen.
- BEen vaste hoeveelheid bandbreedte gereserveerd die gebruikt kan worden om data heen en weer te sturen.
- CGeen bandbreedte gereserveerd.
8Bij Circuit Switching blijft een verbinding bestaan tot:
- ADeze wordt verbroken.
- BEr geen data meer wordt verstuurd.
9Wat zijn de voordelen van Circuit Switching:
- ADe kwaliteit van de verbinding staat vast.
- BHet gaat efficiënt om met de beschikbare bandbreedte.
- CHet netwerk zorgt voor stabiele verbinding.
10Wat zijn de nadelen van Circuit Switching:
- AInefficiënt: als er teveel verbindingen zijn kan de bandbreedte opraken. En kan dan GEEN nieuwe verbindingen meer maken.
- BHet netwerk moet de staat van alle actieve verbindingen bijhouden.
- CDe verbinding blijft bezet, ook al worden er geen gegevens overgedragen.
11Packet Switching is techniek om data te versturen over het netwerk.
- ARichtig
- BFalsch
12Bij Packet Switching wordt:
- AData WEL over een gemaakte verbinding gestuurd.
- BData NIET over een gemaakte verbinding gestuurd.
13Packet Switching. Elk pakketje heeft een bestemming.
- ARichtig
- BFalsch
14De route is voor elk pakketje hetzelfde.
- ARichtig
- BFalsch
15Bij Packet Switching sturen de routers het pakketje steeds door naar een andere router die dichterbij de bestemming ligt.
- ARichtig
- BFalsch
16Packet Switching gaat INEFFICIËNT om met de beschikbare bandbreedte.
- ARichtig
- BFalsch
17Een nadeel van Packet Switching is: als er routers stuk gaan, kan het pakketje zijn bestemming niet bereiken.
- ARichtig
- BFalsch
18Wat zijn de nadelen van Packet Switching:
- AVolgorde aankomst kan verschillen.
- BGeen garantie dat pakketjes aankomen.
- CTechniek is niet betrouwbaar.
- DGaat inefficiënt om met bandbreedte.
19Packet Drop betekend: als een router een pakketje niet kan doorsturen omdat de bandbreedte al vol zit, dan stuurt hij dit pakketje terug naar de afzender.
- ARichtig
- BFalsch
20Om goed te kunnen communiceren over een netwerk zijn er meerdere protocollen nodig, dit zijn:
- AProtocollen om pakketjes te adresseren.
- BProtocollen om verbinding op te zetten.
- CProtocollen om pakketjes opnieuw te versturen als het pakketje niet aankomt.
21Een netwerklaag biedt:
- AService aan de laag ERONDER door gebruikt te maken van de service van de laag ERBOVEN.
- BService aan de laag ERBOVEN door gebruik te maken van de service van de laag ERONDER.
22Voordeel van het indelen in netwerklagen is: dat een protocol kan worden: ...... zonder dat de protocollen in de andere lagen hier rekening mee hoeven te houden.
- Averbeterd
- Bvervangen
- Cverbeterd / vervangen
23Volgorde netwerklagen zijn:
- AApplicatielaag - Transportlaag - Netwerklaag - Datalinklaag - Fysiekelaag
- BApplicatielaag - Transportlaag - Datalinklaag - Netwerklaag - Fysiekelaag
- CApplicatielaag - Datalinklaag - Transportlaag - Netwerklaag - Fysiekelaag
- DTransportlaag - Datalinklaag - Applicatielaag - Netwerklaag - Fysiekelaag
24Voorbeeld van applicatie laag is: HTTP & DNS
- ARichtig
- BFalsch
25Voorbeeld(en) van Transportlaag is:
- ATCP
- BUDP
- CIP
- DDNS
26Voorbeeld van Netwerklaag is:
- AIP
- BEthernet
- CCAT5
- DDNS
- EGeen van bovengenoemde
27Voorbeeld van Datalinklaag is Ethernet.
- ARichtig
- BFalsch
28Voorbeeld van Fysiekelaag is DNS
- ARichtig
- BFalsch
29Wat is encapsulatie ?
- ANetwerkprotocol neemt data van de laag ERBOVEN, plakt zijn eigen stukje data eraan en geeft het door aan de laag ERONDER. De ontvangende kant haalt zijn stukje data eraf en geeft het door aan de laag ERBOVEN.
- BNetwerkprotocol neemt data van de laag ERONDER, plakt zijn eigen stukje data eraan en geeft het door aan de laag ERBOVEN. De ontvangende kant haalt zijn stukje data eraf en geeft het door aan de laag ERONDER.
30Socket wordt geïdentificeerd door:
- APoortnummer en IP-adres
- BPoortnummer en DNS
- CIP-adres en DNS
31Websites laden doen webbrowsers met:
- AHTTP protocol
- BDNS protocol
- CDHCP protocol
- DGeen van bovenstaande
32Met de response code:
- AKan de webserver aangeven of het verwerken wel of niet is gelukt.
- BKan de webserver aangeven hoelang het duurt tot een webpagina is geladen.
- CKan de webserver aangeven hoelang de ping is tussen computer en server.
33Responses code 200 betekend:
- AMoved Permanently
- BNot Found
- CInternat Server Error
- DOK
34Responses code 301 betekend: Not Found
- ARichtig
- BFalsch
35Responses code 404 betekend: Internal Server Error.
- ARichtig
- BFalsch
36Responses code 500 betekend:
- AOK
- BNot Found
- CInternal Server Error
- DMoved Permanently
37Request method GET: haalt een bestand op.
- ARichtig
- BFalsch
38Request method POST: plaatst een bestand.
- ARichtig
- BFalsch
39Request method HEAD: haalt alleen header op.
- ARichtig
- BFalsch
40Request method PUT: plaatst een bestand.
- ARichtig
- BFalsch
41Met DNS (Domein Name Server) kan je opzoeken welke ip-adres bij welke netwerklaag hoort.
- ARichtig
- BFalsch
42TIER 1,2 en 3 zijn Netwerkranden.
- ARichtig
- BFalsch
43Onder netwerkrand hoort: thuisnetwerk.
- ARichtig
- BFalsch
44Resolven = vertalen van de inhoud van packetjes naar teksten.
- ARichtig
- BFalsch
45Tier 2 = lokale ISP.
- ARichtig
- BFalsch
Informationen
- Beschreibung
- netwerken
- Autor
- Mevlüt Özdemir
- Sprache
- English
- Aufrufe
- 55
- Verlauf
- Erstellt am 5 Apr 2015 · aktualisiert am 20 Okt 2016
- Schlagwörter
- Bewertung
- Noch keine Bewertungen Bewerte dieses Quiz