Quiz
Hoofdstuk 10 Break-evenanalyse
Fragen in diesem Quiz (15)
1Als je meer verkoopt dan de break-evenafzet, maak je winst
- ARichtig
- BFalsch
2Als je minder verkoopt dan de break-evenafzet, dan lijd je verlies
- ARichtig
- BFalsch
3De relatieve veiligheidsmarge geeft aan met welk percentage de omzet kan tegenvallen, voordat je verlies gaat maken
- ARichtig
- BFalsch
4De break-evenomzet is de break-evenafzet maal de verkoopprijs
- ARichtig
- BFalsch
5De winst is gelijk aan de dekkingsbijdrage x het aantal stuks dat je verkoopt
- ARichtig
- BFalsch
6Je bereikt de break-evenafzet als C/(p-v) gelijk is aan 0.
- ARichtig
- BFalsch
7Om de break-even afzet te berekenen heb je de dekkingsbijdrage per product en de totale constante kosten nodig
- ARichtig
- BFalsch
8De totale kosten vind je door de constante kosten en de variabele kosten per product op te tellen
- ARichtig
- BFalsch
9Constante kosten kunnen niet veranderen
- ARichtig
- BFalsch
10De dekkingsbijdrage is gelijk aan de verkoopprijs min de winst
- ARichtig
- BFalsch
11De winst is het verschil tussen de omzet en de totale kosten
- ARichtig
- BFalsch
12Het break-evenpunt is het punt waarbij de totale kosten gedekt worden door de opbrengsten
- ARichtig
- BFalsch
13Je vindt de break-evenomzet door de break-evenafzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs
- ARichtig
- BFalsch
14Je vindt de break-even omzet door de constante kosten te delen door de dekkingsbijdrage per product
- ARichtig
- BFalsch
15Als je de dekkingsbijdrage vermenigvuldigt met de break-evenafzet vind je de break-evenomzet
- ARichtig
- BFalsch
Informationen
- Beschreibung
- Test over de break-even analyse
- Autor
- Marloes Steeg
- Sprache
- English
- Aufrufe
- 65
- Schlagwörter
- Bewertung
- Noch keine Bewertungen Bewerte dieses Quiz