GoConqr hat ein neues Design! Sag uns, wie es dir gefällt.

Karteikarten

M&O Hoofdstuk 23

Jacqueline-Ripzaad Management & Organisatie Atheneum 6 Englisch 86 Karten

Karten in diesem Stapel (86)

  1. 1Balans=overzicht van bezittingen, schulden en EV op een bepaald tijdstip
  2. 2Op een balans staan ....., dat zijnvoorraadgrootheden, dat zijn grootheden die op een bepaald moment een zekere waarde hebben
  3. 3Eigen vermogen=totaal bezittingen - schulden
  4. 4De debetzijde bestaat uit de volgende 2 dingen1. Vaste activa
    2. Vlottende activa
  5. 5Vaste activa=bezittingen waar een onderneming langer dan een jaar beschikking over heeft
  6. 6De vaste activa is ook weer onder te verdelen in 3 soorten1. Immateriële vaste activa
    2. Materiële vaste activa
    3. Financiële vaste activa
  7. 7Immateriële vaste activa=niet grijpbare bezittingen
  8. 8Tot immateriële vaste activa behorenoctrooi, licentie, concessie, goodwill, kosten van onderzoek en ontwikkeling (R&D)
  9. 9Octrooi=het recht van een uitvinder om gedurende een bepaalde tijd als enige zijn nieuwe techniek te gebruiken (soort van monopolie)
  10. 10Licentie= Concessie=Licentie= het recht om tegen betaling het octrooi van iemand anders te gebruiken
    Concessie= het recht om bijvoorbeeld aardgas of olie te winnen
  11. 11Goodwill, ontstaatals een bedrijf een ander bedrijf koopt voor een hoger bedrag dan de balanswaarde
  12. 12Een reden voor goodwill kan zijn dat dewinstverwachting van het gekochte bedrijf heel goed is
  13. 13De kosten van onderzoek en ontwikkeling R&D, dezekosten kunnen zeer hoog zijn en worden daarom niet in één keer ten laste van het resultaat geboekt, maar uitgesmeerd over meerder jaren
  14. 14Materiële vaste activa=tastbare of waarneembare bezittingen; grond, gebouwen, inventaris, machines etc.
  15. 15Financiële vaste activa, hiertoe behorendeelnemingen en beleggingen
  16. 16Deelnemingen=het bedrijf heeft 20% of meer van de aandelen van een ander bedrijf (doel: samenwerken)
  17. 17Beleggingen=het bedrijf heeft minder dan 20% van de aandelen van een ander bedrijf
  18. 18NB. Als een bedrijf een zo grootkapitaalbelang heeft in een andere onderneming dat ze die feitelijk geheel kan beheersen (zeggenschap heeft), dan is er geen sprake meer van een deelneming maar van een verhouding moeder-/dochtermaatschappij
  19. 19Als er sprake is van een economische eenheid, waardoor er door deondernemingen een groepsmaatschappij wordt gevormd, dan moet er een geconsolideerde jaarrekening (gezamenlijke balans en resultatenrekening) opgesteld worden
  20. 20Vlottende activa=bezittingen die korter dan een jaar binnen de organisatie aanwezig zullen zijn
  21. 21Tot de vlottende activa behoren, (5)voorraden, vorderingen (debiteuren), overlopende (transitorische) activa, effecten, liquide middelen (geld in bank en kas)
  22. 22Overlopende (transitorische) activa, ontstaandoor het vooruit betalen of ontvangen van kosten of opbrengsten
  23. 23Effectentijdelijke beleggingen in aandelen en obligaties
  24. 24Creditzijde bestaat uit de volgende 2 dingen1. EV
    2. VV
  25. 25Eigen vermogen= .. (definitie) = ... (formule)het financiële belang van de eigenaar/eigenaars (aandeelhouders)
    geplaatst (of gestort) aandelenkapitaal + reserves + onverdeelde winst
  26. 26EV onder te verdelen in 7 dingen- Statutair of maatschappelijk aandelenkapitaal
    - Geplaatst aandelenkapitaal
    - Aandelen in portefeuille
    - Nog te storten door aandeelhouders
    - Gestort aandelenkapitaal
    - Reserves
    - Onverdeelde winst
  27. 27Statutair of maatschappelijk aandelenkapitaal=de grote van het maximale aandelenvermogen dat kan worden uitgegeven
  28. 28Geplaatst aandelen kapitaal= .. (definitie) = ... (formule)aandelen vermogen dat is geplaatst (geëmitteerd)
    statutair/maatschappelijk aandelenkapitaal - aandelen in portefeuille
  29. 29Aandelen in portefeuilleaandelen die nog niet zijn geplaatst (geëmitteerd)
  30. 30Nog te storten door aandeelhouders=het aandelen vermogen waar nog geen aanspraak op is gedaan
  31. 31Soms komt het voor dat bij een aandelenemissie deaandeelhouders slechts een deel van de emissieprijs in één keer moeten storten. Niet-volgestorte aandelen kunnen als garantievermogen fungeren
  32. 32Gestort aandelenkapitaal=het aandelenvermogen dat nog maar gedeeltelijk gestort is
  33. 33Reserves=bedrag waarmee het EV het geplaatste aandelenvermogen overtreft
  34. 34Noem 4 reserves1. Agioreserve
    2. Winstreserve
    3. Dividendreserve
    4. Herwaarderingsreserve
  35. 35Agioreserve, ontstaat doorplaatsing van aandelen boven nominale waarde
  36. 36Winstreserve, ontstaat doorhet deel v/d winst dat niet wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders
  37. 37Dividendreserve, ontstaat alseen deel v/d winst in goede jaren gereserveerd wordt om in magere jaren toch een bepaald dividendbedrag uit te keren aan de aandeelhouders (dividendstabilisatie)
  38. 38Herwaarderingsreserve, ontstaat doorwaardestijging van de activa en als kosten van onderzoek en ontwikkeling als activa op de balans worden opgenomen
  39. 39Onverdeelde winst=de winst waarover de AVA nog geen beslissing heeft genomen
  40. 40Enkele redenen waarom bedrijven het EV via winstinhouding versterken- Geleidelijke vergroting van het EV in verband met de uitbreiding van het bedrijf; investeringen kunnen dan gefinancierd worden met het EV (zelffinanciering)
    - Dividendstabilisatie
  41. 41Verplichte reserves=herwaarderingsreserve (wettelijk), statutaire reserves (in de statute)
  42. 42Overige reserves noemt menvrije of overige reserves
  43. 43Vreemd vermogen, bestaat uit 4 dingen1. Voorzieningen
    2. Langlopende schulden
    3. Kortlopende schulden
    4. Overlopende (transitorische) passiva
  44. 44Voorzieningen=een geschatte toekomstige verplichting
  45. 45Voorzieningen Ieder jaar wordter een stukje van de totale kosten ten laste van het resultaat gebracht en 'gespaard in de voorziening'
  46. 464 Voorbeelden van voorzieningenpensioenverplichting t.o.v. het personeel, belastingvoorziening, garantieverplichting i.v.m. gekochte goederen, periodiek onderhoud aan gebouwen
  47. 47Langlopende schulden= Bijv.schulden met een resterende looptijd van langer dan een jaar
    hypotheken, obligatieleningen
  48. 48Kortlopende schulden= Bijv.schulden met een resterende looptijd van korter dan een jaar
    crediteuren
  49. 49Overlopende (transitorische) passiva Bijv.nog te betalen en vooruitontvangen bedragen
    bijv. interest die nog betaald moet worden, een aanbetaling van een klant
  50. 50Waardering van activa De waardering van de bezittingen (activa) is van invloed op het EV. Leg uit.Als de waarde van een bezitting op de balans hoger wordt (opwaardering), neemt het EV ook toe en door een waardedaling (afwaardering) neemt het EV af
  51. 51Bijvoorbeeld: als de waarde van een bedrijfspand afneemt, dan zal hetEV (herwaarderingsreserve) ook afnemen. Balans is namelijk altijd in evenwicht
  52. 52Bij de liquide middelen zijn er meestal geen waarderingsveranderingen 1 Uitzondering:als de onderneming buitenlands geld bezit (koersverschillen)
  53. 53Waardering van de vaste materiële activa, m.b.v. afschrijvingen =waardedalingen vaste activa (=afschrijvingskosten)
  54. 54Twee soorten afschrijvingen1. Afschrijven met een vast percentage van de aanschafwaarde (=jaarlijks gelijke bedragen/lineaire afschrijving)
    2. Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde
  55. 55Afschrijven met een vast percentage v/d aanschafwaarde (=jaarlijks gelijke bedragen/lineaire afschrijving)-
  56. 56Jaarlijkse afschrijving=(A-R)/economische levensduur
  57. 57A=aanschafwaarde= aanschafprijs + bijkomende aanschafkosten of installatiekosten
  58. 58R=restwaarde= waarde na economische levensduur - sloopkosten of verwidjeringskosten
  59. 59In de veel gevallen zal de restwaarde ..., maarnul zijn, maar het is mogelijk dat er nog een zekere inruilwaarde is of dat een andere organisatie nog wel iets wil betalen (auto)
  60. 60Bij ... is er soms een ... De onderneming moet dan nogonroerende goederen (gebouwen) / negatieve restwaarde / kosten maken om het productiemiddel buiten gebruik te stellen (sloop- en afvoerkosten)
  61. 61Economische levensduurperiode waarin het productiemiddel winstgevend gebruikt kan worden
  62. 62Technische levensduurperiode waarin het productiemiddel in staat is zijn 'prestaties te leveren'
  63. 63Afschrijvingen per maand berekenen=jaarlijkse afschrijving/12
  64. 64Jaarlijks afschrijvingspercentage=jaarlijkse afschrijving/aanschafwaarde x 100%
  65. 65Boekwaarde op een bepaald momentaanschafwaarde - alle afschrijvingen tot dat moment
  66. 662. Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde Stel: Jaarlijkse afschrijving is 20% v/d boekwaarde aan het begin van het jaar Afschrijving jaar 1: Afschrijving jaar 2:20% van de aanschafwaarde
    20% van de (aanschafwaarde - afschrijving 1e jaar)
  67. 67Voor de waardering voor materiële vaste activa komen de volgende waarderingsmogelijkheden in aanmerking1. Waardering tegen historische (=oorspronkelijk betaalde) aanschafprijs (=verkrijgings of vervaardigingswaarde)
    2. Waardering naar actuele waarde
  68. 68Waardering tegen historische (=oorspronkelijk betaalde) aanschafprijs (=verkrijgings of vervaardigingswaarde) - De bezittingen wordengewaardeerd naar de verkrijgingswaarde. Daarna worden de bezittingen afgeschreven met behulp van de afschrijvingsmethode
  69. 691. Waardering tegen historische (=oorspronkelijk betaalde) aanschafprijs (=verkrijgings of vervaardigingswaarde) Bezwaar:als er op de balans bijv. een machine staat die ondertussen in prijs is gestegen, dan verandert de waarde op de balans niet. Er wordt voldoende afgeschreven
  70. 702. Waardering naar actuele waarde - Bij waardestijging - Bij waardedaling- herwaarderingsreserve neemt toe + er vinden inhaalafschrijvingen plaats
    - herwaarderingsreserve neemt af (indien deze niet groot genoeg is, ten laste van eht resultaat)
  71. 712. Waardering naar actuele waarde - De bezittingenworden gewaardeerd naar de marktwaarde
  72. 72Voorzichtigheidsprincipe=bij balanswaarderingen en resultaatberekeningen betekent dat winsten pas geboekt worden als ze echt gemaakt zijn en dat verliezen worden geboekt als ze waarschijnlijk ontstaan
  73. 73Minimumwaarderingsregel=bezittingen worden gewaardeerd tegen de laagste waarde: historische aanschafwaarde of directe opbrengstwaarde (wat je ervoor krijgt als je het nu verkoopt)
  74. 74Waardering handelsvoorraden kan op 2 manieren1. Waardering volgens actuele = vervangingswaarde
    2. Waardering volgens historisch (=werkelijk betaalde) prijzen: fifo en lifo
  75. 75Fifo methode(first in first out) bij de waardering van de voorraad gaat men ervan uit dat de eerst gekochte partij ook het eerste wordt verkocht
  76. 76Lifo methode(last in first out) bij de waardering van de voorraad gaat men ervan uit dat de laatst gekochte partij het eerst wordt verkocht
  77. 77Maak bij lifo en fifo altijd het volgende rijtjeBeginvoorraad + inkopen - verkopen = eindvoorraad
  78. 78Vergelijking lifo en fifo Bij prijsstijgingen zijn delaatst gekochte partijen duurder dan de eerder gekocht
  79. 79Prijsstijgingen - Bij lifoworden de laatst gekochte, dure goederen het eerst verkocht. De eerst gekochte, goedkope goederen blijven over
  80. 80Prijsstijgingen - Bij fifoworden de eerst gekochte, goedkopere goederen het eerst verkocht. De laatst gekochte, dure goederen blijven over
  81. 812 conclusies:1. de inkoopwaarde v/d verkopen op de resultatenrekening is bij lifo dus hoger dan bij fifo en de brutowinst lager.
    2. de waarde v/d eindvoorraad op de balans is bij lifo dus lager dan bij fifo
  82. 82Bij prijsdalingen geldthet omgekeerde
  83. 83Waardering van voorraden tegen actuele waarde (=vervangingswaarde) - Als de actuele waardehoger is dan de balanswaarde (historische aanschafprijs) vindt er opwaardering plaats, hierdoor neemt de herwaarderingsreserve toe
  84. 84Waardering van voorraden tegen actuele waarde (=vervangingswaarde) - Als de actuele waardelager is dan de balanswaarde (historische aanschafprijs) vindt er afwaardering plaats. Eventuele afwaarderingen gaan ten laste van de herwaarderingsreserve of ten laste van het resultaat als de herwaarderingsreserve niet toereikend is
  85. 85De minimumwaarderingsregel wordt ook toegepast op hetwaarderen van oorraden
  86. 86Minimumwaarderingsregel=bezittingen worden gewaardeerd tegen de laagste waarde: historische aanschafwaarde of directe opbrengstwaarde (=wat je er voor krijgt als je het nu verkoopt)

Informationen

Beschreibung
De balans
Erstellt von
Jacqueline-Ripzaad
Aufrufe
32
Bewertung

Feedback

Worum geht es?

Wie gefällt dir das neue Design?

Dein Eindruck