planten Öffentlich

planten

Natasja van Weerden
Kurs von Natasja van Weerden, aktualisiert more than 1 year ago Beitragende

Beschreibung

dit stuk gaat over planten

Modulinformationen

Keine Merkmale angegeben
In het boek staat er van alles over de levenscyclus van de plant. Hierbij in het kort een samenvatting van basisstof 1: afbeelding 3, bladzijde 35: 1. een tomatenpitje is een zaad 2. het zaadje neemt water op via het poortje. het zaadje zwelt op en de zaadhuid breekt open 3. het worteltje komt naar buiten 4. het worteltje groeit de bodem in en de zaadlobben komen boven de grond. 5. het kiemplantje groeit en gebruikt hierbij voedingsstoffen uit de zaadlobben 6. het kiemplantje wordt groter en krijgt meer bladeren. de zaadlobben verdwijnen. 7. er is een volwassen tomatenplant ontstaan 8. aan de tomatenplant ontstaan bloemen, uit de bloemen ontstaan tomaten (vruchten) met zaden 9. de zaden zijn de pitjes van de tomaat.   Het doen van onderzoek. Natuurwetenschappelijk onderzoek: onderzoek doen in de biologie. Het natuurwetenschappelijk onderzoek gaat in een aantal stappen (zie ook afbeelding 4, op bladzijde 37 van het boek): stap 1: wat wil ik onderzoeken? stap 2: wat veronderstel ik? stap 3: wat heb ik nodig? (de benodigdheden) stap 4: wat ga ik doen? (het experiment) stap 5: wat neem ik waar? (de resultaten) stap 6: welke conclusie kan ik trekken? (de conclusie)
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben

Kontext

Hierboven zie je een filmpje over de kieming van een bruine boon.
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Verspenen = het voorzichtig uit de grond halen van planten en het verder uit elkaar zetten van de planten. wortelharen = de uiteinden van de wortels.     wortelstelsel Alle wortels van een plant samen noemen we het wortelstelsel. De meeste planten hebben een hoofdwortel en een zijwortel. aan de uiteinden van de zijwortels zitten de wortelharen. (zie ook afbeelding 8 op bladzijde 39 van het boek)   de functies van de wortels - planten nemen via de wortelharen water met voedingsstoffen uit de bodem. - de wortels zorgen voor stevigheid, door zich sterk te vertakken in de grond. - het opslaan van reservestoffen in de wortelen, waardoor de plant niet dood gaat maar het jaar erna weer kan leven.
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Wat weet je al over een stengel van een plant?   Wat wil je graag weten over de stengel van een plant?   Wat heb je (als je alle informatie hebt opgezocht) onthouden over de stengel van een plant?
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Bouw van een stengel (bekijk ook afbeelding 15, op bladzijde 42 van het boek) De plaats waar een blad aan de stengel vastzit, heet knoop. Het stuk stengel tussen twee knopen heet lid (meervoud: leden) Waar een blad aan de stengel vastzit, zit een okselknop. Uit een okselknop kan het volgende jaar een zijstengel met bladeren groeien. Aan het einde van de stengel zit  een eindknop. Hieruit groeit het volgende jaar een nieuw stuk van deze stengel met bladeren.   De functie van stengels - de stengel van een plant zorgt voor het vervoer van water en voedingsstoffen. Het vervoer gaat via de vaten in de stengel. Alle vaten samen worden vaatbundels genoemd. - de stengel geeft stevigheid, waardoor de plant rechtop blijft staan.   Bomen en struiken zijn houtachtige planten de stengels van andere planten bevatten vrijwel geen hout. deze planten noemen we kruidachtige planten. De stengels van kruisachtige planten zijn stevig, zolang de wortels voldoende water kunnen opnemen.
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben

Kontext

Hierboven zie je een plaatje van de bouw van een stengel.
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Wat weet ik al over bladeren? Wat wil ik leren over bladeren? Wat heb ik onthouden over bladeren?
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Een blad bestaat uit een bladsteel en een bladschijf. Met de bladsteel zit een blaadje vast aan de stengel van een plant. In de bladschijven liggen nerven, deze geven stevigheid aan de plant en zorgen voor het transport van water en voedingsstoffen. Alles wat tussen de nerven ligt, noemen we bladmoes. wanneer er geen bladmoes meer inzit, noemen we het bladskelet. (zie ook afbeelding 18 op bladzijde 44 van het boek)   De functies van bladeren - de bladeren kunnen zelf voedsel maken door middel van fotosynthese. de stoffen die de plant nodig heeft: water, koolstofdioxide en licht. de stoffen die gemaakt worden: zuurstof en glucose.       Fotosynthese= water + koolstofdioxide+ licht --> zuurstof +glucose
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
voedingsgewassen zijn planten waarvan mensen delen gebruiken als voedsel. Van voedingsgewassen kunnen we verschillende onderdelen gebruiken: Wortels: waspeentjes, Winterpenen, radijsjes en rode bieten Stengels: aardappel en asperge Vruchten en zaden: Rijst en granen Bladeren: sla, spinazie, andijvie, witlof, kool en prei.
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Bij fotosynthese wordt voedsel gemaakt en ontstaat zuurstof.   Het belang van fotosynthese - Je eet een broodje met kaas en tomaat. De tomaat is afkomstig van planten en de kaas is afkomstig van de melk van een koe. De koe eet weer planten, zoald gras. Alleen doordat de koe gras eet kan hij melk geven. Al het voedsel is dus uiteindelijk afkomstig van planten.   Hoe werkt fotosynthese? Bij fotosynthese ontstaat Glucose. Glucose is een soort suiker. Planten maken van deze glucose allerlei andere stoffen. Dieren zijn deze stoffen nodig om te leven. Om glucose te kunnen maken heeft het bladmoes enkele grondstoffen nodig. De grondstoffen zijn: water, koolstofdioxide en licht.   Fotosynthese = Water + koolstofdioxide + licht --> glucose + zuurstof
Weniger sehen
Keine Merkmale angegeben
Bladeren van verschillende planten zien er vaak verschillend uit.   Nervatuur (afbeelding 26, op bladzijde 49 van het boek) Nervatuur: het verloop van de nerven in een blad. Veernerving = de nervatuur lijkt een beetje op een vogelveer Handnerving = de nerven lijken de vorm van een hand te hebben parallelnerving = de nerven lopen evenwijdig aan elkaar   bladrand Een ander kenmerk van een blad is de bladrand. de bladrand kan gaaf zijn, maar kan ook bestaan ui insnijdingen of uitsteeksels. (zie afbeelding 27, op bladzijde 49 van het boek)
Weniger sehen
Zusammenfassung anzeigen Zusammenfassung ausblenden