Fichas
Hoorcollege 2
Fichas del conjunto (29)
- 1SocratesGeboren: 470/469 v Chr.
Gifbeker: 399 v Chr.
Intense zoektocht naar waarheid en de juiste manier van leven.
Wie denkt dat deze zoektocht eindigt met een bepaald antwoord, kan scherpe kritiek verwachten. Doel is gelijk hebben. - 2Het Socratisch gesprek UitgangspuntInzichten verwerf je niet door ze voorgeschoteld te krijgen maar door na te denken. Socrates stelt kritische vragen, laat voorbeelden verzinnen en laat ervaringen analyseren. Het opsporen van tegenspraken door veronderstellingen en aannames te onderzoeken.
- 3Het socratische gesprekEffect: twijfel aan eigen overtuigingen/zekerheden. Dit is nodig om de drempel weg te nemen. Gevolg: intense zoektocht naar waarheid.
Op zoek naar een beter of zelfs waar antwoord. - 4BetekenisvraagWat bedoel je?
- 5WaarheidsvraagKlopt het?
- 6Filosofie begint bij socrates want:Het vanzelfsprekende wordt juist bevraagd
De waarheid doet er toe: het is belangrijk dat alles klopt. - 7PlatoSchreef werken van Socrates op. Zijn werk was soms deels fictief, soms historisch. De vraag was altijd: Wat zijn de woorden van Socrates en wat is Plato's eigen visie? Vroege dialogen waarschijnlijk meer Socrates, latere dialogen meer Plato.
- 8SofistenMeester in de retorica
Opvoedingsideaal
Corax & Tisias (modelvoorbeeld sofisten)
Protagoras: de mens is de maat van alle dingen
Gorgias - 9GorgiasHet woord is een machtig heerser.
Retorica kan op onwaarachtige wijze in de praktijk worden gebracht. Mening is het hoogst mogelijke kennisniveau en het doel is je gelijk krijgen - 10PlatoIn filosofie gaat het om echte kennis (gerelateerd aan de ziel), en niet om onware overtuigingen of meningen die uit het lichaam voortkomen.
- 11Plato's "menen"Het afzetten tegen de gedachte dat menen het hoogste kennisniveau representeert.
- 12Plato's wetenOpvattingen moeten op ware kennis zijn gefundeerd. Ethische opvattingen zijn kwetsbaar omdat ze gebaseerd zijn op meningen en overtuigingen. Deze kunnen best waar zijn, maar zijn vaak niet gefundeerd.
- 13Kennisdomeinen van Plato's kentheorie1. Domein van het zichtbare: domein van het menen dat iets waar is - de veranderlijke waarneming.
2. Domein van het kenbare: domein van het inzien dat iets waar is - stabiele, algemene en abstracte begrippen. - 14Platos IdeeënleerVormen/ideeën: waarneembare dingen zijn afschaduwingen van de ideeën. Ideeën als ordeningsprincipes in de zintuiglijke wereld. Ideeën overstijgen het kennende subject en het gekende object. Mensen worden met kennis van de ideeën geboren. Maar kennis is een zaak van herinneren.
- 15Socrates/vroedvrouw analogieSocrates helpt verborgen waarheden naar buiten te brengen.
Socrates verlost mannen van hun barensnood/helpt mannen met het baren van kennis. Socrates onderzoekt de zwangere geest ('ziel'): zwangere geest is een ziel die nieuwe kennis bevat. - 16DualismeHet lichaam is de "kerker van de ziel": Zonder binding aan het lichaam zou de ziel rechtstreeks in de Ideeënwereld kunnen binnendringen.
"Vrij zijn van het lichaam geeft de mogelijkheid tot ware kennis" -Socrates - 17AristotelesConsequent empirisch. Aan de hand van observatie: niet experimenteel, niet kwantitatief. Observatie levert geen onveranderlijke kennis; wel ervaringskennis. Accidenten: toevalligheden. Substanties: fundamentele bestanddelen van de werkelijkheid
- 18SubstantieHet geheel van vorm (het wezen van de substantie) en materie (Het materiaal waarvan de substantie gemaakt is)
- 19VormEen universeel begrip dat aangeeft wat het wezenlijk betekent om mens of bv. mes te zijn. Datgene wat iets maakt tot wat het werkelijk is, de interne structuur en bezielende kracht van een ding, de factor die het potentieel ervan realiseert, zodat het datgene wordt wat het is.
- 20Hoe verkrijgen we kennis van de vorm, en wat is het resultaat hier van?Verkregen via abstractie:
de-materialiseren: de substantie in gedachten ontdoen van de materie
De-individualiseren: de substantie in gedachten ontdoen van toevallige kenmerken. Resultaat: onveranderlijke kennis van de gebruiksmogelijkheid (doel of functie) van de substanties. - 21Dualisme volgens plato/descartesDualisme van lichaam en ziel/geest. gescheiden door een muur.
Het lichaam is de kerker van de ziel (plato) - 22Dualisme volgens aristotelesZiel en lichaam staan met elkaar in verband. Dit is een oplossing voor het denken over de vrije wil en het lichaam-geest probleem.
De ziel is verankerd in het lichaam (aristoteles) - 23Aristoteles theorie over de zielde ziel bestaat als verschijnsel in de ervaring. Bezield zijn = leven/geïnspireerd zijn.
De ziel leeft, heeft bewustzijn, kent, reageert, overlegt, en het brengt het lichaam in beweging. De ziel is het beginsel van al wat leeft. De ziel is niet-lichamelijk, is tot kennis in staat en zet het lichaam in - 24De analogie tussen vorm-materie en ziel-lichaamZiel en lichaam bestaan op hun eigen manier maar zijn wel voortdurend met elkaar verbonden: "Het lichaam (materie) is als het ware het passieve fundament in de verbinding met de ziel (vorm) die actief is en het lichaam (materie) structureert en vormt.
- 25De mens & echte kennisDe mens is samengestelde substantie van het lichaam (materie) en ziel (vorm)
Echte kennis over de mens gaat dus over de 'ziel' (de-materialiseren en de-individualiseren) - 26De ziel als de verwerkelijking van natuurlijk, werktuiglijk lichaam (Aristoteles)De werking van het lichaam verklaard vanuit de ziel:
Voeding: met mate en volgens een plan
Waarneming: Meer dan een mechanisch proces, er is iets dat waarneemt
Beweging: De bemiddeling van het mysterieuze pneuma
Denken: Het intellect kent en verwerft inzicht en herinnert aan het ideaal van zuiver denken. - 27Aristoteles over de deugdethiekDeugdzaam: Niet het tegengestelde van ondeugend. Niet burgerlijk of braam
Deugd: de karakterhouding die ons in staat stelt een verstandige keuze te maken die in het midden ligt. Deugden zijn gericht op een gelukkig leven en verwerf je door oefening en opvoeding/vorming - 28Deugdelijke karakterhouding vormt in twee stappenstap 1: Het vermijden van extremen
Nuance aanbrengen door te kijken naar verschillende aspecten van een situatie. Vereist moed, maat rechtvaardigheid en verstandigheid
stap 2: imitatie van voorbeelden van gepast handelen. Bestuderen & imiteren. Rol voor moreel gevormde verstandigheid (phronèsis) - 29Phronèsis als vorm van redenerenCentraal staat een uniek, concreet geval. Geen logische afleiding maar resultaat van afwegingen. Een ethische dimensie. Bemiddeling tussen vuistregels en unieke situatie. Phronèsis staat tegenover ander vormen van redeneren zoals de theoretische kennis: Noodzakelijke, beredeneerde kennis.
Información
- Descripción
- El usuario ha eliminado su información de asignaturas Fichas sobre Hoorcollege 2, creado por Usuario eliminado el 15/12/2017.
- Creado por
- Usuario eliminado
- Visitas
- 11
- Historial
-
- Creado por Ellen Klerkx · 30 oct 2017
- Copiado por Ellen Klerkx · 15 dic 2017
- Valoración