Quiz
Sterke werkwoorden - verleden tijd en voltooide tijd - level 1
Este quiz tem tipos de pergunta que abrem no player de sempre.
Perguntas do quiz (30)
1Lopen
Wat een pech! Het is allemaal anders [blank_start]gelopen[blank_end]!- Agelopen
2Lopen
Gister [blank_start]liepen[blank_end] we daar.- Aliepen
3Schelden
Ze hebben hem verrot [blank_start]gescholden[blank_end]!- Agescholden
4Schelden
De tennisser [blank_start]schold[blank_end] de scheidsrechter uit.- Aschold
5Schenden
De klas heeft de regels nog niet [blank_start]geschonden[blank_end].- Ageschonden
6Lijken
Het [blank_start]leek[blank_end] erop.- Aleek
7Lijken
Ze [blank_start]leken[blank_end] erg op de honden van de buren.- Aleken
8Lijken
Toen je klein was, heb je er op [blank_start]geleken[blank_end].- Ageleken
9Bederven
De melk [blank_start]bedierf[blank_end] snel buiten de koelkast.- Abedierf
10Bederven
De vleeswaren waren [blank_start]bedorven[blank_end].- Abedorven
11Bederven
De vissen [blank_start]bedierven[blank_end] in de zon.- Abedierven
12Vliegen
De vogel was [blank_start]gevlogen[blank_end]!- Agevlogen
13Vliegen
Wij [blank_start]vlogen[blank_end] vorige week terug.- Avlogen
14Vliegen
De bal [blank_start]vloog[blank_end] met een grote boog door de lucht.- Avloog
15Vragen
Zij heeft om hulp [blank_start]gevraagd[blank_end].- Agevraagd
16Vragen
Vorige week [blank_start]vroegen[blank_end] we jou nog om mee te gaan.- Avroegen
17Trekken
De tandarts heeft al zijn kiezen [blank_start]getrokken[blank_end]. Au!- Agetrokken
18Trekken
Hij [blank_start]trok[blank_end] zijn sokken uit.- Atrok
19Bedriegen
Ik heb jullie [blank_start]bedrogen[blank_end].- Abedrogen
20Bedriegen
Hij is zo oneerlijk! Hij [blank_start]bedroog[blank_end] iedereen.- Abedroog
21Blijven
Ze zijn uiteindelijk niet lang meer [blank_start]gebleven[blank_end].- Agebleven
22Blijven
[blank_start]Bleef[blank_end] je nog lang gister?- ABleef
23Blijven
De kinderen [blank_start]bleven[blank_end] vorige week te lang op het schoolplein.- Ableven
24Treffen
Zij [blank_start]trof[blank_end] haar vriendin in tranen aan.- Atrof
25Treffen
Hij heeft doel [blank_start]getroffen[blank_end].- Agetroffen
26Blinken
Het goud [blank_start]blonk[blank_end] in de zon.- Ablonk
27Blinken
Haar gouden tanden [blank_start]blonken[blank_end] schitterend.- Ablonken
28Schenden
De soldaten [blank_start]schonden[blank_end] de wapenstilstand.- Aschonden
29Trekken
Ze [blank_start]trokken[blank_end] allemaal hun eigen plan.- Atrokken
30Vragen
Je vader [blank_start]vroeg[blank_end] me nog om jou te bellen.- Avroeg
Informações
- Descrição
- Ken jij deze sterke werkwoorden? Zet ze in de juiste tijd. Let op: kies tussen verleden tijd en voltooide tijd! Maximale score: 10 punten.
- Autor
- Usuário eliminado
- Idioma
- English
- Visualizações
- 254
- Histórico
- Criado em 29 mai 2021 · atualizado em 23 jun 2021
- Etiquetas