O GoConqr está de visual novo! Conte para nós o que você achou.

Quiz

Psychopathologie en psychiatrie examenvragen

Chiara Roebben 102 perguntas 2.251 visualizações

Fazer o quiz

Perguntas do quiz (102)

  1. 1Welk trio is niet juist?
    1. AConversie - niet met opzet - primaireziekte winst
    2. BFacitious disorders - met opzet - primaire ziektewinst
    3. CMalingering - niet met opzet - secundaire ziektewinst
    4. DSimulatie - met opzet - secundaire ziektewinst
  2. 2Een syndroom is een groep van samen optredende
    1. Akernsymptomen
    2. Bsymptomen
    3. Csymptomen die een causale samenhang kennen
    4. Dsymptomen die geen causale samenhang kennen
  3. 3Wie heeft volgens DSM-5 een depressie
    1. Aanhedonie, anorexie, sombere stemming, vroeg wakker worden, en
      zelfverwijten
    2. Banhedonie, sombere stemming, remming, en doodsgedachten
    3. Canhedonie, sombere stemming, anorexie, hallucinaties, doodswens
    4. Dverminderde concentratie, doodsgedachten, agitatie, vermoeidheid, verminderde eetlust
  4. 4Een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPST) is in de praktijk vaak moeilijk van een bipolaire stoornis te onderscheiden. Welke van onderstaande uitspraken helpt bij de differentieel diagnose?
    1. Aimpulsiviteit moet aan een BPST doen denken, niet aan een bipolaire stoornis
    2. Bstemmingsschommelingen bij een BPST zijn vaker uitgelokt door interpersoonlijke stressfactoren
    3. Cstemmingsschommelingen bij een bipolaire stoornis zijn vaker van korte duur, en kunnen zelfs meermaals daags optreden
    4. Dstemmingsschommelingen bij een BPST zijn niet continu aanwezig. Er zijn langdurige klachtenvrije episodes; bij de bipolaire stoornis is dat door de aard van de aandoening niet het geval.
  5. 5Bij ouderen met hallucinaties wijzen een aantal kenmerken op een gunstigere prognose. Welke?
    1. Ahet ontbreken van secundaire wanen
    2. Bhet multimodale karakter van de hallucinaties
    3. Ceen cognitieve achteruitgang
    4. Delk van bovenstaande
  6. 6Piet durft al geruime tijd het huis niet meer uit en durft al helemaal niet naar activiteiten zoals recepties. Hij piekert hier veel over en voelt zich depressief. Hij is bang dat hij op die gelegenheden paniekerig zal worden en dat zijn collegae dat zullen opmerken en hem ‘scheef zullen bekijken’. Met deze summiere gegevens is de meest waarschijnlijke diagnose
    1. Aagorafobie
    2. BPaniekstoornis
    3. Cgegeneraliseerde angststoornis
    4. Dsociale angststoornis
  7. 7Welke uitspraak is FOUT?
    1. ADwanghandelingen dienen om dwanggedachten te neutraliseren
    2. BIn je hoofd dwangmatig de klinkers van woorden tellen is een dwanghandeling
    3. CDe stellige overtuiging dat de kinderen verongelukken als je niet 24 gebedjes doet kan zowel een waan als een dwanggedachte zijn.
    4. DBij OCD is sprake van ‘thought insertion’, het gevoel dat gedachten zijn ‘opgedrongen’.
  8. 8Welke uitspraak is JUIST
    1. AHet medisch model van verslaving benadrukt de verantwoordelijkheid van de patiënt in het ontstaan en in de behandeling van een stoornis in het gebruik van middelen.
    2. BNovelty seeking is een beschermende temperamentsfactor voor het ontwikkelen van verslavingsgedrag
    3. CGokverslaving is een misleidende term, want een gokverslaving is een impulscontrolestoornis, geen verslaving.
    4. DTolerantie betekent dat eenzelfde dosis van een middel steeds minder effect heeft
  9. 9Welke uitspraak is fout?
    1. AEen acute stresstoornis, volgend op een trauma, voorspelt in hoge mate verdere psychiatrische problematiek
    2. BDissociatieve symptomen komen zowel bij de acute stresstoornis als bij PTSS vaak voor.
    3. CBij PTSS ervaren patiënten verwrongen cognities over wat hen is overkomen, maar hun zelfbeeld blijft bewaard.
    4. DDe individuele reactie van het slachtoffer op een trauma is belangrijker dan de objectieve ernst van het trauma voor het al of niet ontwikkelen van PTSS.
  10. 10An fietst na haar werk naar de kruidenier vlakbij. Ze koopt 3 pakken koeken, een grote zak chips en een liter ijs, twee flessen chocolademelk, een pot zure augurken en een dikke blok kaas. Als ze thuis komt zet ze de TV aan en begint al die aankopen op te eten. Dit doet ze nagenoeg elke vrijdag, soms ook op andere dagen, en telkens gaat ze braken nadat ze alles op heeft. An is bang om bij te komen. De rest van de week eet An doorgaans erg weinig, maar af en toe verliest ze de controle over het lijnen en eet ze een grote hoeveelheid. Ze is in het laatste jaar erg afgevallen, en heeft nu al meerdere maanden geen maandstonden meer.
    Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
    1. AAnorexia nervosa, restrictieve type
    2. BAnorexia nervosa, gemengde type
    3. CBulimia nervosa
    4. DEetbuistoornis

Informações

Descrição
A Psychopathologie en psychiatrie Quiz sobre Psychopathologie en psychiatrie examenvragen, criado por Chiara Roebben em 18-05-2021.
Idioma
English
Visualizações
2.251
Avaliação
Ainda sem avaliações
Avalie este quiz
Avalie este quiz

Fale Conosco

Sobre o que é sua mensagem?

O que você acha do novo visual?

Você gostou?