O GoConqr está de visual novo! Conte para nós o que você achou.

Quiz

Werkwoordspelling 2F tegenwoordige, verleden en voltooide tijd

Paulien Mokveld 10 perguntas

Fazer o quiz

Perguntas do quiz (10)

  1. 1 ........ eens hoeveel knikkers in de pot zitten.


    1. ARaai
    2. BRaadt
    3. CRaad
  2. 2........ schroeven krijg je met cola weer los.

    1. AVastgeroeste
    2. BVastgeroestte
  3. 3Op het feest kun je ook ........ worden.

    1. Agesminkt
    2. Bgeschminckt
    3. Cgeschminkt
    4. Dgesminckt
  4. 4Waarom .... hij gisteren zo hard?
    1. Alachte
    2. Blachtte
  5. 5Karel ... gisteren naar zijn oma toe.
    1. Afietsten
    2. Bfietstte
    3. Cfietste
  6. 6Is de persoonsvorm juist gespeld? (true = ja, goed, false = nee, fout)

    Pieter red de hond uit het water.
    1. AVerdadeiro
    2. BFalso
  7. 7Ik geloof dat ik mij ..
    1. Avergist
    2. Bvergis
  8. 8Jij ... mij gouden bergen.
    1. Abelooft
    2. Bbeloofd
  9. 9Mijn vader ... elke dag met ons als hij in het buitenland is.
    1. Afacetimet
    2. Bfacetimed
    3. Cfacetimt
  10. 10Karin ... de hele pauze over haar nieuwe vriend.
    1. Apraten
    2. Bpraate
    3. Cpraatte

Informações

Descrição
Oefening werkwoordspelling 2F - voor gevorderden.
Idioma
English
Visualizações
12
Avaliação
Ainda sem avaliações
Avalie este quiz
Avalie este quiz

Fale Conosco

Sobre o que é sua mensagem?

O que você acha do novo visual?

Você gostou?