O GoConqr está de visual novo! Conte para nós o que você achou.

Flashcards

woordenlijsten klinische IA

Bram klinisch redeneren Inglês 43 flashcards

Flashcards do conjunto (43)

  1. 1ergotherapieergotherapie is een paramedisch beroep dat volgens een systematische en planmatige aanpak en met gebruik van een bepaalde methode als doelstelling heeft de patiënt de mogelijkheid te bieden om zijn concrete handelen binnen zijn leef-, woon- en werkmilieu terug zo autonoom mogelijk uit te voeren en zich hierdoor waardevol voelt binnen zijn omgeving en de maatschappij
  2. 2paramedisch beroepeen paramedisch beroep hangt samen met de geneeskunde maar behoort er niet echt toe. De beoefenaars van elk van deze beroepen zijn met elkaar verbonden via een paramedisch paradigma. Een paramedisch paradigma is een soort gemeenschappelijk geloof dat paramedici gemeenschappelijk hebben over wat hun beroep inhoud en wat het eventueel nog zou moeten zijn. het creëert dus een eenheid onder hen.
  3. 3ICF ( international classification of functioning)is een begrippenkader dat gebruikt wordt om de gevolgen van ziekten en aandoeningen te ordenen en te classificeren. Het is opgesteld door de WHO met als doel een universeel en neutraal woordenboek te creëren dat door iedere gebruiker met zijn eigen achtergrond kan benuttigd worden.
    classificatie van de WHO om het functioneren van de mens te beschrijven in termen van gezondheidscomponenten en beïnvloedende factoren
  4. 4anatomische eigenschappenpositie, aanwezigheid, vorm en continuïteit van onderdelen van het menselijk lichaam
  5. 5functiewerking van een orgaan of orgaanstelsel
  6. 6gezondheidWHO: toestand van volledige fysieke, mentale en sociaal welzijn.
    paramedici: dynamisch proces waarbij gestreefd word naar een evenwicht tussen de mogelijkheiden en eisen van het individu, zodat hij adequaat kan functioneren binnen zijn sociale context, en betekenis geeft aan zijn leven.
  7. 7stoorniseen probleem in het eenvoudig menselijk kunnen of in de werking van een orgaan of orgaanstelsel.
  8. 8beperkingeen verlies of afwijking bij het uitvoeren van vaardigheden, rekening houdend met zijn/haar leeftijd, geslacht, fysieke en sociaal-culturele omgeving
  9. 9participatiepersoonlijke ervaring van betrokkenheid in een levenssituatie door activiteiten uit te voeren en/of deel uit te maken van de context
  10. 10participatieprobleemproblemen die ontstaan in de persoonlijke ervaringen van betrokkenheid in een levenssituatie door activiteiten uit te voeren en/of eel uit te maken van de context, deelname aan het maatschappelijk leven.
  11. 11handicapelke langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan een samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren.
  12. 12paradigmaeen gemeenschappelijke visie die de leden van een discipline gedurende een bepaald moment delen omtrent het beroep. het bestaat uit, door leden van de beroepsgroep, in een bepaalde tijd aangenomen overtuigingen of vooropstellingen die dienen als referentie en context voor de praktijk
  13. 13interdisciplinair teamsystematische, gestructureerde vorm van samenwerken tussen mensen van verschillende disciplines die zich samen inzetten voor eenzelfde doel, waarbij elk lid een eigen specifieke inbreng heeft, waarbij onderlinge communicatie ervoor zorgt dat er goede werkafspraken zijn waardoor er efficiënt gewerkt kan worden in het belang van de patiënt
  14. 14Intradisciplinair teamEen meer intense en systematische, gestructureerde vorm van samenwerken tussen mensen van dezelfde discipline waarbij werkafspraken gemaakt worden en waarbij van gedachte gewisseld wordt over beroepsaangelegenheden
  15. 15Transdisciplinaire samenwerkingHet is een nieuw begrip dat duidt op een samenwerken van de verschillende disciplines waarbij de grenzen tussen de disciplines vervagen en men zich op elkaars werkterrein begeeft. Vooral in groepsgerichte behandelingen is dit samenwerkingsverband aanwezig.
  16. 16SamenwerkenHiermee bedoelt men iedere vorm van interactie tussen mensen die nodig is om een concreet doel te bereiken welke rechtstreeks of onrechtstreeks in verband staat met zijn discipline, die van anderen en die van de cliënt. gemeenschappelijk aan eenzelfde taak werken, gezamenlijke macht, talenten, vaardigheden delen in wederzijds respect en oprechte interesse in elkaar.
  17. 17TeamworkHet verrichten van een taak of functie in groepsverband, maar ook informatie delen en zijn eigen discipline kwalitatief vertegenwoordigen in het samenwerkingsverband.
  18. 18HulpvragerAlgemene term voor alle mensen die naar de ergotherapeut verwezen worden. Het begrip kan gesplitst worden in de worden "hulp" en "vragen".
    Hulp is een verzamelnaam voor dienstverlening die in de ergotherapie geboden worden voor de problemen waarmee de hulpvrager geconfronteerd wordt.
    Vragen kan dan weer in de context verstaan worden als het verbaal en/of non-verbaal uiten van een nood om geholpen te worden bij het oplossen of omgaan met een probleem.
  19. 19RespectHet door zijn gedrag doen blijken van eerbied op grond van waardering, van een kwaliteit of van de eigenheid. Bij respecteren hoort: het in zijn waarde laten. het gaat hier duidelijk om gedrag en niet om de intentie tot gedrag.
  20. 20CultuurCultuur is niet aangeboren maar wordt bij gebracht door middel van een sociaal leerproces. het wordt overgedragen van de ene generatie op de andere en verwerft als dusdanig een continu karakter. Het is alles wat aangeleerd of overgedragen wordt in een gemeenschap naar de groep en verwijst tevens naar de wijze van leren of overdragen zelf.
    Omvat systemen van gedeelde ideeën, concepten, regels en betekenissen die daaraan ten grondslag liggen en dit tot uiting komen in de manier waarop mensen leren. Cultuur is een dynamisch gegeven
  21. 21ContextIn de brede betekenis is het: "het verband waarin iets zich voordoet". In de engere en meer specifieke betekenis is het: " de dynamische en ethische onderlingen verbondenheid - verleden, heden en toekomst - die bestaat tussen mensen voor wie het bestaan van de anderen op zich al betekenis heeft.
  22. 22Klinisch RedenerenHet is een manier van denken die vertrekt uit een theoretisch concept en zich vormt door stapsgewijs beredeneren vanuit de opgedane ervaring en/of gedeelde kennis en door integratie uitgroeit tot een waardige, stapsgewijs opgebouwde en overdachte manier van denken, handelen en zorgverlening. ( op maat gemaakt voor die specifieke patiënt)
  23. 23VaardigheidMenselijk gedrag of kunnen dat ten gevolge van een leerproces tot stand komt doordat meerder functies georganiseerd in een cognitief schema ingezet kunnen worden tijdens de uitvoering. de uitvoering en het kunnen is cultuur-, leeftijd-, persoonlijk gekleurd. door ervaring en oefening komt met tot automatisering.
  24. 24ActiviteitEen algemeen begrip uit het ICF dat verwijst naar gedrag waarbij verschillende deelhandelingen, handelingen en occupaties worden uitgevoerd. binnen de ergotherapie is het een niet specifiek geformuleerd begrip voor meerder termen.
  25. 25HandelingEen doelgerichte activiteit samengesteld uit vaardigheden en waarden, die van verschillende aard kunnen zijn. Het uitvoeren van activiteiten en taken, het is doelgericht, vindt plaats in de context en is gerelateerd aan de ervaring en de betekenis die de persoon er aan geeft. Het omvat alle activiteiten en taken die mensen uitvoeren en waar ze bij betrokken zijn.
  26. 26OccupatieMenselijke handelingen die dikwijls onbewust uitgevoerd worden in functie van de zelfrealisatie van de mens als individu en in functie van een door het individu ervaren bevredigend leven. Dit als resultante van het evenwicht tussen de eisen en normen van het milieu en de mogelijkheden en behoeften van de mens als wezen.
  27. 27Optimaal functionerenDynamisch evenwicht tussen wat de patiënt kan of tussen de mogelijkheden (draagkracht) en de eisen van de omgeving stelt (draaglast).
  28. 28WoonmilieuMicromilieu, nabije woonomgeving van de patiënt.
  29. 29LeefmilieuMesomilieu, omgeving die verder reikt dan de woonomgeving zonder dat er in deze omgeving gewerkt wordt.
  30. 30WerkmilieuMacromilieu, omgeving waarin betaalde arbeid of activiteiten worden uitgevoerd om in het levensonderhoud van zichzelf en/of dat van ten laste zijnde personen te voorzien gewerkt wordt, kan ook vrijwilligerswerk zijn.
  31. 31HandelingsgebiedenBegrip dat gebruikt wordt om de veelheid aan menselijke handelingen te ordenen (= benoemde categorieën in het handelen)
    Het zijn verschillende gebieden waarin men als individu vanuit zijn eigen leef- en handelingscontext handelingen stelt: zelfredzaamheid, productiviteit en vrije tijd.
  32. 32InterventietrajectHet meest adequate therapeutische proces gekozen door de ET i.f.v het probleem en de probleemoplossingen. Dit in samenspraak met de patiënt en het behandelend team.
  33. 33ZorgtrajectWordt aangeboden aan patiënten die omwille van diverse factoren nog weinig veranderingsmogelijkheden hebben, maar wel behoefte hebben aan een kwaliteitsvol leven op basis van occupationele teverdenheid
  34. 34Occupationele tevredenheidWaarde die opgebouwd wordt door de resterende handelingsbekwaamheid in te zetten in een door de patiënt ervaren waardevolle activiteit.
  35. 35BehandeltrajectIn dit traject wordt de probleemhandeling door actief handelen hersteld tot het zo optimaal mogelijk functioneel niveau. Het gaat hier om het aanbieden van een veranderingsleerproces i.f.v. het zo autonoom mogelijk occupationeel handelen.
  36. 36ObservatietrajectHierbij gaat de therapeut de problemen van de patiënt in kaart brengen en zal hij nauwgezet het functioneren van de patiënt observeren. In samenwerking met de ander teamleden van het observatieteam brengt hij info aan waardoor een gedifferentieerde diagnosestelling of doorwijzing mogelijk wordt.
  37. 37AdviestrajectBij adviesverlening geeft de therapeut gerichte informatie en advies over omgangsvormen, aanpassingen en hulpmiddelen om de blijvende handelingsproblemen te compenseren en autonoom handelen of maatschappelijke deelname mogelijk te maken.
  38. 38MediumMet het begrip medium verwijst men naar een door de ET geconstrueerde activiteit of activiteitensituatie dat de ET kiest en gebruikt om het handelen van de patiënt te prikkelen, te stimuleren en te faciliteren en dit in functie van het door hem beoogde doel. M.a.w. het is een faciliterend middel om het therapieproces optimaal te laten verlopen, zodat de patiënt komt tot actieve deelname/ handelen aan het therapieproces dat in functie van het vooraf geformuleerd therapeutisch doel wordt gebruikt.
  39. 39MateriaalappélKenmerken en eigenschappen die uitgaan van materiaal (de materie) en zijn verschijningsvorm en aanzetten tot onbewust gedrag.
  40. 40Sensopatisch materiaalappélHiermee bedoelen we de zintuiglijke, materiële kwaliteiten van het materiaal die het lichaam zintuiglijk en zinnelijk prikkelen. Door wat gevoeld wordt, ontstaat een contact, een dialoog tussen de mens en zijn lichamelijke wereld. Het gaat hier om een dialoog zonder woorden of vormen, zelfs zonder echte betekenis, maar vormt dikwijls een bron van genieten of welbevinden voor de persoon.
  41. 41Dimensionaal materiaalappélMaterie, materialen, vormen, voorwerpen zijn beweegbaar, hanteerbaar en manipuleerbaar. Ze kunnen meegenomen worden in eigen actie. Dit appél duidt aan dat de wereld uitnodigt tot bewegen, hanteren en manipuleren en dat dit in de dingen en materialen, die onze wereld bevat gelegen is. het gaat om het plezier beleven aan het doelloos hanteren van dingen.
  42. 42Thematisch materiaalappélDit appél verleent aan prikkels, verschijnselen en voorwerpen uit onze omgeving een bepaalde betekenis. bij een voorwerp dat gehanteerd wordt, ontstaat in onze hersenen een mentaal beeld, een betekenis die gekoppeld zal worden aan dat voorwerp. Het uitnodigingskarakter van deze voorwerpen is niet steeds hetzelfde: het zal afhankelijk zijn van de omstandigheden en de beleving waarin het beeld dat we hebben van een bepaald voorwerp, is ontstaan. Wanneer die omstandigheden zich voordoen, kan het voorwerp vanuit zijn thematisch appél een betekenis/belevenis oproepen die in het heden ons gedrag zal bepalen.
  43. 43BELANGRIJK!!!! ZELF OP TE ZOEKEN WOORDENverschillende definities van "een activiteit"
    activiteitenvereisten
    handelingsadaptatie
    handelinsanalyse
    handelingscompetentie
    handelingsgedrag
    handelingsidentiteit
    handelinspatroon
    handelingsprofiel

Informações

Descrição
klinisch redeneren FlashCards sobre woordenlijsten klinische IA, criado por Bram em 06-07-2014.
Criado por
Bram
Visualizações
329
Avaliação

Fale Conosco

Sobre o que é sua mensagem?

O que você acha do novo visual?

Você gostou?