Quiz
Sterke werkwoorden - verleden tijd en voltooide tijd - level 2
Dieses Quiz enthält Fragetypen, die sich im gewohnten Player öffnen.
Fragen in diesem Quiz (30)
1Hij (duiken, vt) [blank_start]dook[blank_end] in het koude water.
- Adook
2Alle jongens (duiken, vt) [blank_start]doken[blank_end] van de brug!
- Adoken
3Zij hebben een diepe kuil (graven, vt) [blank_start]gegraven[blank_end].
- Agegraven
4Schelden
Ze hebben hem verrot [blank_start]gescholden[blank_end]!- Agescholden
5Die kinderen (graven, vt) [blank_start]groeven[blank_end] een hele diepe kuil.
- Agroeven
6Waarom (grijpen, vt) [blank_start]greep[blank_end] jij hem zo hard vast?
- Agreep
7Heeft de politie die crimineel nog (grijpen, vt) [blank_start]gegrepen[blank_end]?
- Agegrepen
8Lijken
Het [blank_start]leek[blank_end] erop.- Aleek
9Ik (helpen, vt) [blank_start]hielp[blank_end] nooit iemand.
- Ahielp
10Lijken
Ze [blank_start]leken[blank_end] erg op de honden van de buren.- Aleken
11Ik vind het wel fijn als iemand mij had (helpen, vt) [blank_start]geholpen[blank_end].
- Ageholpen
12De tennisser (schelden, vt) [blank_start]schold[blank_end] de scheidsrechter uit
- Aschold
13Wij hebben hier echt niet over (liegen, vt) [blank_start]gelogen[blank_end]!
- Agelogen
14Wij (liegen, vt) [blank_start]logen[blank_end] echt niet!
- Alogen
15(vinden, vt) [blank_start]Vond[blank_end] jij dat ook zo stom?
- AVond
16Zij heeft een briefje van 10 euro (vinden, vt) [blank_start]gevonden[blank_end].
- Agevonden
17Vorig jaar heb ik in de zee (zwemmen, vt) [blank_start]gezwommen[blank_end].
- Agezwommen
18
(zwemmen, vt) [blank_start]Zwommen[blank_end] jullie vaak vroeger?- AZwommen
19De melk (bederven, vt) [blank_start]bedierf[blank_end] snel buiten de koelkast.
- Abedierf
20Steven Berghuis (schieten, vt) [blank_start]schoot[blank_end] de 6-0 tegen Ajax in de kruising!
- Aschoot
21Feyenoord heeft veel vaker dan Ajax op doel (schieten, vt) [blank_start]geschoten[blank_end].
- Ageschoten
22De hond (zwerven, vt) [blank_start]zwierf[blank_end] op straat.
- Azwierf
23De honden (zwerven, vt) [blank_start]zwierven[blank_end] op straat.
- Azwierven
24(zeggen, vt) [blank_start]Zei[blank_end] jij dat echt?
- AZei
25Heb je dat echt (zeggen, vt) [blank_start]gezegd[blank_end]?
- Agezegd
26Het (spijten, vt) [blank_start]speet[blank_end] haar zo erg.
- Aspeet
27Het heeft haar heel erg (spijten, vt) [blank_start]gespeten[blank_end]!
- Agespeten
28Waaries en Khalil (zijn, vt) [blank_start]waren[blank_end] de eersten met een 100% score!
- Awaren
29Waaries en Khalil zijn de eersten (zijn, vt) [blank_start]geweest[blank_end] met een 100% score!
- Ageweest
30Dat vlees is echt (bederven, vt) [blank_start]bedorven[blank_end], bah!
- Abedorven
Informationen
- Beschreibung
- Ken jij deze sterke werkwoorden? Zet ze in de juiste tijd. Let op: kies tussen verleden tijd en voltooide tijd! Op het eindscherm staat de uitslag. Wanneer je niet genoeg punten hebt gehaald, kun je niet verder. Probeer de quiz opnieuw! Tip: klik op de knop 'Review incorrect answers'. Je ziet nu wat je niet goed had en wat het goede antwoord is. Kijk hier goed naar en leer ervan! Maximale score: 10 punten.
- Autor
- Meester Sangho
- Sprache
- English
- Aufrufe
- 15
- Schlagwörter
- Bewertung
- Noch keine Bewertungen Bewerte dieses Quiz