pand & hypotheek

N NN
Mind Map by , created over 6 years ago

goederen Mind Map on pand & hypotheek, created by N NN on 07/06/2013.

302
0
0
Tags
N NN
Created by N NN over 6 years ago
Eigendomsvoorbehoud 3:92
N NN
goederenrecht '13
N NN
Untitled
N NN
A Level Chemistry Unit 1 - Organic Chemistry
charlottehyde
Variation and evolution Quiz
James Edwards22201
Originaire verkrijging
N NN
Goederenrecht
N NN
Overdracht
N NN
Bezit /Houderschap/eigendom
N NN
Beperkte rechten
N NN
pand & hypotheek
1 Algemeen
1.1 Afhankelijkheid: wordt de vordering gecedeerd dan volgt het recht
1.2 Zaaksgevolg: wordt het goed aan een ander overgedragen dan volgt het hypotheekrecht (3:7 jo. 3:82 / 6:142)
1.3 3:227 Beperkte rechten strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen
1.4 Prioriteit: een ouder beperkt recht gaat voor een jonger beperkt recht
1.5 Pand en hypotheek strekken tot verhaal met voorrang
1.6 Pand- en hypotheek hebben vervolgens het recht op parate executie 3:248 / 3:268: bij verzuim van de schuldenaar zijn zij bevoegd het bezwaarde goed te verkopen en zich op de obrengst te verhalen
1.6.1 Meerdere zekerheidsrechten
1.6.1.1 Pand
1.6.1.1.1 een ander dan de hoogste geragschikte kan slechts verkopen met handhaving van de hoger gerangschikte pandrechten. 3:248 lid 3
1.6.1.1.2 hoogst gerangschikte verkoopt: het recht van lager gerangschikte pandhouder vervalt en gaat om in de bevoegdheid om te verhalen overeenkomstig hun rang 3:253
1.6.1.2 hypotheek: zuivering (3:273)
1.7 Conventionaliteitsbeginsel: De totstandkoming van pand en hypotheek berust op wilsovereenkomst tussen partijen zowel m.b.t. de titel die aan de vestiging te grondslag ligt als de vestiging zelf
1.7.1 Uitzondering 1: ontstaan van rechtswege (substitutie)
1.7.2 Uitzondering 2 :verplichting tot zekerheidstelling ontstaan uit de wet
1.8 Object van de zekerheidsstelling zijn goederen: zaken + vermogensrechten
1.8.1 niet alleen volledige rechten , maar ook beperkte rechten zijn vatbaar voor zekerheidstelling, tenzij de aard van het recht dat uitsluit 3:81
1.8.2 Pand en hypotheek is mogelijk voor alle goederen welke overdraagbaar zijn (3:228 jo.3:81)
1.8.2.1 Een beding wat overdracht uitsluit, sluit ook de verpanding van de vordering uit (3:98 jo. 3:83 lid 2)
1.8.3 Het recht van pand / hypotheek strekt mede uit tot al hetgeen de eigendom van de zaak omvat 3:227 lid 2
1.8.4 Toekomstige goederen kunnen als object van zekerheidstelling dienen indien het gaat om niet - registergoederen (3:98 jo.3:97 lid 1)
1.8.5 Subsitutie: Ieder recht van pand / hypotheek brengt van rechtswege een pandrecht mee op alle vordering to vergoeding die in plaats treden van het verbonden goed (3:229)
1.8.5.1 3:229 lid 2: Het door substitutie ontstane pandrecht gaat boven ieder ander op de vordering gevestigd pandrecht
1.8.6 3:227 Pand en hypotheek strekken uitsluitend tot het securen van een vordering tot voldoening van een geldsom, andere vorderingen kunnen slechts tot zekerheidstelling leiden indien ze kunnen worden herleid tot een geldsom
1.8.6.1 De vordering kan zowel een reeds bestaande als toekomstige vordering zijn, de vordering moet wel voldoende bepaalbaar zijn (3:231 lid 2 / 3:260 lid 1)
1.8.6.1.1 Voldoende is dat aan de hand daarvan op het tijdstip van executie kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat
1.8.7 Hypotheek / pand strekt mede tot drie jaar wettelijk rente (3:244 jo. 3:263)
1.9 Bepaaldheid / individualisatie: er moet nauwkeurig kunnen worden aangewezen om welk goed het gaat
2 Hypotheek
2.1 partijen
2.1.1 Hypotheekhouder: Degene die het recht van hypotheek verkrijgt
2.1.2 hypotheekgever: Degene wiens goed met hypotheek is bezwaard
2.1.3 derdehypotheekgever: hypotheekhouder en schuldenaar zijn niet dezelfde persoon
3 pand
3.1 Partijen
3.1.1 Pandgever: degene wiens goed met pand is bezwaard
3.1.2 Pandhouder: Degene die het pandrecht verkrijgt
3.1.3 Derdepandgever: hypotheekhouder en schuldenaar zijn niet dezelfde persoon
3.2 Roerende Niet - registerzaak
3.2.1 Openbaar / vuistpand 3:236 lid 1
3.2.1.1 Vestiging
3.2.1.1.1 Beschikkingsbevoegdheid vervreemder / geldige titel: 3:98 jo. 3:84 BW
3.2.1.1.2 Levering: De zaak brengen in macht van pandhouder / derde 3:326 lid 1
3.2.1.1.3 Pandhouder wordt slechts houder en niet bezitter v/d zaak
3.2.1.2 Derdenbescherming 3:238 BW
3.2.1.2.1 Lid 1 BOB
3.2.1.2.1.1 Te goeder trouw op het tijdstip dat de zaak in zijn macht / in de macht van een derde is gebracht
3.2.1.2.1.2 verlies bezit / vruchtgebruik door diefstal 3:86 lid 3 van overeenkomstige toepassing
3.2.1.2.2 lid 2 BBB
3.2.1.2.2.1 te goeder trouw
3.2.1.2.2.2 Beperkt recht welk op de zaak rust
3.2.1.2.2.3 Rangwisseling: Het pandrecht gaat boven het oudere beperkte recht
3.2.2 Stil pand 3:237
3.2.2.1 Stil pandhouder geniet geen derdenbescherming
3.2.2.2 Beschikkingsbevoegdheid vervreemder / geldige titel: 3:98 jo. 3:84 BW
3.2.2.3 Levering: authentieke / geregistreerde onderhandse akte
3.2.2.3.1 akte behoeft niet tweezijdig te zijn maar moet wel doen blijken dat zij tot verpanding van de erin bedoelde zaken is bestemd
3.2.2.3.2 Bepaalbaarheidsvereiste: goed is met voldoende bepaalbaarheid omschreven: akte moet zodanige gegevens bevatten dat, eventueel achteraf, kan worden vastgesteld om welk goed het gaat.
3.2.3 Vordering aan toonder / order
3.2.3.1 Levering door het papier in de macht van de pandhouder / derde te brengen
3.3 Vordering op naam
3.3.1 Openbaar
3.3.1.1 vestiging:op overeenkomstige wijze als levering vordering (3:236 lid 2 jo. 3:98 BW) d.m.v. akte + mededeling 3:94
3.3.1.1.1 Bepaalbaarheidsvereiste
3.3.1.2 Derdenbescherming: 3:88 BW (alleen tegen BOB en niet BBB)
3.3.2 Stil pand 3:239 lid 1 BW
3.3.2.1 Toekomstige vorderingen kunnen slechts stil worden verpand indien ze enkel toekomstig zijn
3.3.3 Inning 3:246 BW
3.3.3.1 Stil pand: Alleen pandgever kan nakoming eisen d.m.v. afstand
3.3.3.1.1 Pandrecht gaat teniet 3:81 lid 1 sub a BW
3.3.3.2 Openbaar pand: Alleen pandhouder kan nakoming eisen d.m.v. afstand
3.3.3.2.1 Pandrecht wordt d.m.v. substitutie van rechtswege vervangen door een pandrech 3:246 lid 5 op het geinde
3.4 Toekomstige vorderingen: verpandbaar indien zij op het tijstip van tegenwoordig worden voldoende identificeerbaar zijn
3.4.1 Er moet tenminste bekend zijn wie de toekomstige debiteur is
3.5 Het recht onstaat van rechtswege wanneer aan alle vereiste zijn voldaan

Media attachments