Flashcards
module 1
Flashcards do conjunto (26)
- 1functies skelet- steun bieden
-opslag mineralen en lipiden
- aanmaak bloedcellen
- bescherming
- hefboom gegenereerd door spieren - 2het skelet- 206 botten
- axis: 80
-membrum superius: 2x 32
- membrum inferius: 2x 31 - 3classificatie beenderen- ossa longa
- ossa brevia
- ossa plana
ossa irregularis
- ossa sesamoid - 4bouw ossa longa- cavum medulare: mergkanaal
- medulla ossium: vet+ bloedvormend weefsel
- periosteum
- epifyse:
- metafyse
- diafyse - 5cavum medularecompact bot en spongieus bot vanbinnen
- 6medulla ossium-rubra: kinderen + korte beenderen volwassenen
- flave: vetrijk, volwassenen - 7periosteum- buitenlaag met bloedvaten en zenuwen
- binnenlaag met osteoblasten en osteoclasten - 8functies periosteum- herstel fracturen
- voedt en beschermd bot
- bevestigingspunt voor pezen en ligamenten - 9epifyse- bedekt met hyalien kraakbeen
- substantia spongoisa + beentrabekels - 10metafyse thv ven epyfisaire plaatcellulaire kraakbeen
- 11beenmechanicadynamische structuur, constant aangemaakt en afgebroken afhangkelijk van de mechanische behoefte
- 12substantia compacta- sterk dens materiaal
- grote buigweerstand
- vormt gesloten ring diafyse en buitenste beenlaag thv epifysen
- dikste laag in midden diaphyse - 13substantia spongiosa- licht
- netwerk dunne kracht opvangende beentrabekels - 14zouten in beenstof bepaalt hardheid, sterkte en rigiditeitte weinig --> buigzaam bot
- 15collageenzorgt voor stevigheid
- 16herstel beenbreuken- bloed geeft hematoom
- vanuit periosteum --> fibroblasten+ vascularisatie de fractuurplaats binnen
--> word een kraakbeenachtige callus gevormd
- ontwikkeling osteogenen cellen: osteoblasten ( vormen nieuw sponsgius bot --> benige callus) en osteoclasten ( verwijderen dode en beschadigde cellen)
--> benige callus vervangen door compact bot langst buitenoppervlak - 17functies van gewrichten-verbinden afzonderlijke beenstukken
- laten beweging toe tussen verbonden stukken
- stevige achtitectonische gehelen vormen uit afzonderlijke stukken
- overdracht krachten van ene naar andere bot
- evenwicht, stabiliteit en mobiliteit - 18soorten gewrichten volgens bouw- junctura fibrosa
- junctura cartilaginea
- junctura synovialis - 19junctura fibrosa- verbonden door fibreus bindweefsel
- sutura: naad, geen beweegelijkheid, periosteum ononderbroken
- syndesmose: meer collageen bandvormig tussen de beenderen - 20junctura cartilaginea- verbonden door 1 laag kraakbeen
- synchondrose: verbonden door hard hyalien, rigide
- symphyse: vezelig kraakbeen - 21junctura synovialis- botstukken in contact maar niet verbonden, tussen botuiteinde: cavum synovialis
- 22soorten gewrichten volgens functie- synarthrosis: geen bewegelijkheid
- amphiarthrosis: beperkte beweegelijkheid
- diarthrosis: grote beweegelijkheid - 23soorten synoviale gewrichten- 1 assig: cilindergewricht/ katrolgewricht
- 2 assig: zadelgewricht/ ellipsoidgewricht
- 3 assig: kogel/ bolgewricht/ vlak gewricht - 24somatisch zenuwstelselontvangt sensorische informatie en stuurt skeletspieren bewust aan
- 25autonoom zenuwstelselreguleert onbewuste functies en is verdeelt in 2 delen
- 262 delen autonoom zenuwstelsel1) symphatisch systeem: verhoogt hartslag, stuurt bloed naar spieren, stimuleert adrenaline en bereidt lichaam voor op actie
2) parasympatisch systeem: zorgt voor rust, verlaagt de hartslag, stimuleert spijsvertering en bevordert herstel en opbouw weefsel