Flashcards
Epitheel
Flashcards do conjunto (60)
- 1Definitie epitheelDicht aaneengesloten cellaag, scheiding tussen lumen/buitenwereld en onderliggend weefsel - scheidingslaag
- 23 primaire kiemlagen in embryonale oorsprongEctoderm, epidermis - mesoderm, mesotheel/endotheel - endoderm, gastro-intestinaal stelsel
- 3SlijmvliesMucus - epitheel organen - extra bescherming
- 4Sereus vliesWaterig vocht - epitheel gesloten lichaamsholten
- 5PolariteitBasaal/apicaal cytoplasma
- 6Basaal cytoplasmaNucleus, RER, mitochondriën
- 7Apicaal cytoplasmaGolgi-complex, secretie-granules, GER, mitochondriën
- 8MicrovilliBundel van actine filamenten - ondersteunen cytoskelet - passieve beweging -
- 9CilliënMicrotubuli - actieve beweging heen en passieve beweging terug
- 10StereocilliënBundel van actine filamenten - oppervlakte vergroting - beperkte plaatsen
- 11CrustaOvergansepitheel - paraplucellen
- 12Zonula accludensRondomrond cel - sluitend- altijd contact met cytoskelet
- 13Zonula adherensRondomrond cel - vasthechtend
- 14Macula adherensvlekvormig
- 15Hoog cilindrisch epitheelsluitbanden netwerk - apicaal, zonula accludens - tussenin, macula adherens - basaal, zonula adherens
- 16Gap junction - nexusCommunicatie
- 17Basale oppervlakBasaalmembraan - vliesje onder elk epitheel - afscheiding
- 18Functie basale oppervlakSteun / aanhechting / scheiding
- 19Opbouw basale oppervlakLamina basalis, lamina lucida vast aan fibronectine met integrines en lamina densa aangemaakt door epitheelcellen - lamina reticularis, netwerkstructuur, alleen onder epitheel aangemaakt door bindweefsel, collageen type IV
- 20Samenstelling basale oppervlakCollageen, type III,IV,VII - structurele glycoproteïnen, laminine en entactine - proteoglycanen, perlecan
- 21BedekkingsepitheelBedekken structuren / scheiding - 1lagig, pseudomeerlagig, meerlagig - plavei-epitheel, kubiek-epitheel, cilindrisch epitheel
- 22ÉénlagigplaveiepitheelAfgeplatte langgerekte cellen met cytoplasma ertussen - kern puilt uit naar lumen - bloedvaten
- 23EndotheelBloedvaten - meestal in paren
- 24Vene/aderGroot/dunne wand
- 25Arterie/slagaderKlein/dikke wand
- 26ÉénlagigkubiekepitheelKern neemt de vorm aan de cel en ligt centraal - actiever - opname sotffen uit bindweefsel en transport naar lumen - cytoplasma duidelijk aanwezig en eosinofiel
- 27ExudaatVocht in bloedvaten van bindweefsel - door epitheel - verandert van samenstelling - transudaat
- 28ÉénlagigcilindrischepitheelKern afgeplat en in lengte richting van de cel - meer cytoplasma/organellen - altijd actief en interactie met lumen door aanmaak van enzymen, laatste verteringsstappen - één cel voor zowel aanmaak als opname als afgeven
- 29PseudomeerlagigcilindrischeptiheelCellen vast aan basaal membraan, niet allemaal rijken tot lumen - verschillende soorten, trilharen, microvilli, slijmbekercellen, stereociliën - tegen basaal membraan reserve stamcellen, unipotente cellen die epitheel vernieuwen
- 30MeerlagigonverhoordplaveiepitheelKan licht door - levend - veel wrijving met lumen - dikke fysische barrière - continue vochtig/gevoed - laagje vocht erop
- 31MeerlagigverhoordplaveiepitheelDood - meer wrijving weerstaan - waterafstotend door de lipiden - hoornlaag van de huid
- 32Stratum corneum - hoornlaagLaag dod cellen - hangen stevig vast aan elkaar met lipiden
- 33MeerlagigkubiekepitheelNeemt altijd vorm aan van epitheel waar het uitmond - overgang van 1-lagig naar meerlagig
- 34MeerlagigcilindrischeptiheelNeemt altijd vorm aan van epitheel waar het uitmond - overgang van 1-lagig naar meerlagig
- 35OvergangsepitheelPseudomeerlagig - tussenvorm 1-lagig naar meerlagig - komt alleen voor bij de urineafvoerwegen
- 36KierepitheelProductie/secretie van stoffen
- 37Muceuze kliercel in enge zinVooral in grote klieren - basale platgedrukte kern
- 38Muceuze kliercel slijmbekercelMeer granules - alles tegelijk gesecreteerd - kern driehoekig/basaal
- 39Muceuze kliercel slijmnapcelContinue secretie - laagje op oppervlak van de cel - alleen in de maag - ovale kern loodrecht op basaal membraan
- 40Sereuze kliercelRonde basale kern - voorlopers van enzymen, met opgeloste eiwitten en zymogeen granules
- 41Uni cellulaire klier1 kliercel - intra-epithiliale kliercellen
- 42Multicellulaire klierMeerdere intra-epithiliale kliercellen
- 43Multi-cellulairExtra-epithiliaal - instulping in onderliggend bindweefsel
- 44Secretorische eindstukkenBedekkingsepitheel gaat instulpen
- 45Afvoerweg - secretorisch eindstukKan veranderingen doorvoeren aan secreet - maar meestal alleen transport kanaaltjes
- 46Myo-epithale cellen - secretorisch eindstukDuwen eindstukje leeg - secreet getransporteerd
- 47Enkelvoudige klier1 of geen afvoerweg
- 48Tubulus - enkelvoudige klierRecht/vertakt/gekronkeld - afvoerweg neemt altijd epitheel aan van waar het uitmond
- 49Acinus - enkelvoudige klierBolvormig eindstuk - klein lumen - altijd sereuze cellen en prismatische cellen met rond kern - vertakt en onvertakt
- 50Alveolus - enkelvoudige klierGroot lumen - kubiek - vertakt en onvertakt
- 51Tubuloa cinus - enkelvoudige klierCombinatie van tubulus, acinus en alveolus - gemengde klier - sereus/waterig secreet - acinus ligt ertegen ingesloten in basaal membraan - met uitlopers verbonden met lumen - éénlagig
- 52Samengestelde klierVertakte afvoerweg
- 53Grote kanalen samengestelde klierIntralobulair / lobulair / hoofdafvoerweg
- 54Kleine kanalen samengestelde klierIntercalaire segmenten / secretorische-gestreepte kanelen
- 55ExocrienBuiten de klier uitgescheiden
- 56EndocrienBinnen de klier uitgescheiden
- 57MerocrienGranules met celmembraan - secreet vrij
- 58ApocrienCel apex - top - afgescheiden - steeds opnieuw
- 59HolocrienSecretie product stapelt op - celmetabolisme valt stil - cel sterft af - steeds verder naar boven - celmembraan vervalt
- 60Regeneratie van epitheel weefselZeer goed - unipotente/stamcellen - amoeboïde beweging
Informações
- Descrição
- Weefselleer (Epitheel) FlashCards sobre Epitheel, criado por y.gladdines em 14-12-2013.
- Criado por
- y.gladdines · dez 2013
- Atualizado
- 12 dez 2016
- Visualizações
- 278
- Tags
- Avaliação