Module 10 of 12 · Text
§5
§5 Het internationale Nederland
Nederland in de wereld
Van oudsher was er in Nederland sprake van buitenlandse handel, aanvankelijk dankzij [visserij] en [scheepvaart], later dankzij de opkomst van de [industrie]. Er moesten veel [grondstoffen] worden ingevoerd. Daarom was ook de export groot. Hiermee wordt een groot deel van het [bruto nationaal product] verdiend.
˜ Nederland is zeer gericht op het buitenland. Dat blijkt uit
1. het grote aantal bedrijven dat [in het buitenland investeert]
2. het grote aantal Nederlanders dat [in het buitenland werkt].
De wereld in Nederland
˜ Buitenlandse bedrijven investeren in Nederland. Vooral [Amerikaanse] en [Japanse] multinationals hebben [hoofdkantoren] in Nederland, maar ook [distributiecentra]. Waarom?
1. Nederland is [goed toegankelijk] via Rotterdam en Schiphol
2. Er is in Nederland veel [goed opgeleid personeel]
3. Nederland heeft [eeuwenlange ervaring] met internationale handel.
Globalisering en grenzen
Het aantal internationale contacten van Nederland wordt bepaald door ontwikkelingen op wereld- en Europese schaal.
˜ Globalisering: bedrijven kiezen plekken waar ze het best kunnen produceren; productiewerk komt terecht in [Oost-Europa] en Azië en kenniswerk in [West-Europa].
˜ Binnen Europa zijn de [grenzen] weggevallen. Daardoor is de handel binnen de EU sterk [toegenomen].
Basisboek 199 Handels- en betalingsbalans
De [handelsbalans] is de waardeverhouding tussen de totale invoer van een land en de totale uitvoer.
˜ De [eisverkeersbalans] is de waardeverhouding tussen inkomsten van buitenlandse toeristen in een land en uitgaven van toeristen uit dat land in het buitenland.
˜ De [betalingsbalans] is de waardeverhouding tussen al het geld dat een land uitgaat en al het geld dat een land binnenkomt.
Wanneer er meer geld binnenkomt dan er uitgaat, spreek je van een [actieve] balans. Als er meer geld uitgaat dan er binnenkomt, spreek je van een [passieve] balans.