GoConqr has a new look! Let us know what you think.

Quiz

Acute myeloide leukemie en myelodysplastisch syndroom weblectures

Lyanne Derksen 9 questions

Take the quiz

This quiz has question types that open in the usual player.

Questions in this quiz (9)

  1. 1Acute myeloide leukemie wordt gedefinieerd als meer dan [blank_start]20[blank_end]% myeloide blasten in beenmerg. Er zijn per jaar [blank_start]450[blank_end] nieuwe gevallen in Nederland, waarbij 2/3 ouder dan [blank_start]60[blank_end] jaar is. De 10-jaars overlevingskans neemt [blank_start]af[blank_end] naarmate de patient ouder is.
    1. A20
    2. B450
    3. C60
    4. Daf
  2. 2Diagnose komt vaak als een 'donderslag bij heldere hemel': wat langer vermoeid, een griepje dat niet overgaat. Dit komt door de toename van myeloide blasten, die de normale hematopoiese verdringen. Vul aan:
    - Lager aantal erytrocyten: [blank_start]anemie[blank_end]
    - Lager aantal granulocyten: [blank_start]infecties[blank_end]
    - Lager aantal trombocyten: [blank_start]bloedingsneiging[blank_end]
    1. Aanemie
    2. Binfecties
    3. Cbloedingsneiging
  3. 3Het perifere bloedbeeld van AML laat een hyperleukocytose zien.
    1. ATrue
    2. BFalse
  4. 4Welke neoplasieen zijn in deze perifere bloedbeelden te zien?Image for question 4
    1. AAML
    2. BCML
    3. CAML
    4. DCML
  5. 5De structuur die te zien is naast de kern van deze blast noemen we een [blank_start]Auerse staaf[blank_end].Image for question 5
    1. AAuerse staaf
  6. 6Het beenmergaspiraat van een AML wordt uitgebreid geanalyseerd door middel van morfologie, immunofenotypering, cytogenetica en moleculaire diagnostiek. Welk van deze methoden is het belangrijkste voor het vaststellen van de loop van de behandeling en de prognose?
    1. AMorfologie
    2. BImmunofenotypering
    3. CCytogenetica
    4. DMoleculaire diagnostiek
  7. 7Lees onderstaande stellingen:
    1. De behandeling bij AML draait om het 7+3 principe: dag 1-3 (idarubicine) en dag 1-7 (arabinofuranosyl cytidine), waarna vaak bestraling volgt.
    2. Neutropenie en mucositis zijn mogelijke bijwerkingen van chemotherapie.
    3. Patienten die in de 'good risk' AML-categorie vallen krijgen na hun behandeling een allogene stamceltransplantatie.
    1. AAlleen stelling 1 is juist.
    2. BAlleen stelling 2 is juist.
    3. CAlleen stelling 3 is juist.
    4. DStelling 1 en 2 zijn juist.
    5. EStelling 1 en 3 zijn juist.
    6. FStelling 2 en 3 zijn juist.
    7. GAlle stellingen zijn juist.
    8. HGeen van alle stellingen zijn juist.
  8. 8Bij een allogene stamceltransplantatie is graft-versus-host juist gewenst: donor T-cellen herkennen de leukemische gastheercellen. Allo-SCT werkt dus als immunotherapie.
    1. ATrue
    2. BFalse
  9. 9Myelodysplastisch syndroom is in veel opzichten (morfologisch) verwant aan AML. In welk opzicht?
    1. AHet beenmerg toont ook >20% blasten.
    2. BEr is ongeveer evenveel dysplasie als bij AML.
    3. CLeeftijdscategorie (gemiddeld <60) komt overeen.
    4. DBeide ziekten kunnen zich presenteren met een pancytopenie.

Information

Description
Ook: http://medicine.creighton.edu/mmsa/Pages/hematology.htm En voor een filmpje over AML: https://en.wikipedia.org/wiki/Acute_myeloid_leukemia
Language
English
Views
147
Rating
No ratings yet
Rate this quiz
Rate this quiz

Feedback

What is it about?

What do you think of the new look?

How do you like it?