GoConqr has a new look! Let us know what you think.

Flashcards

AFP - Infectie

Deleted user User has deleted their subject information English 69 cards

Cards in this deck (69)

  1. 1Ziekte/morbusToestand van het lichaam veroorzaakt door disfunctioneren van orgaanstelsels
  2. 2BesmettingHet binnendringen van ziektekiemen
  3. 3InfectieVerspreiden en vermenigvuldigen van ziektekiemen wat leidt tot ziektesymptomen
  4. 4PathogeenZiekteverwekker
  5. 5PrevalentieHet aantal gevallen per 1000 van de bevolking die op een specifiek moment ziek zijn
  6. 6IncidentieHet aantal nieuwe gevallen van de aandoening in een bepaald tijdvak
  7. 7IncubatietijdDe tijd die verloopt tussen besmetting en infectie (geen symptomen)
  8. 8BacillendragerIemand die gedurende lange tijd na een doorstane infectieziekte bacillen uitscheidt (niet ziek, wel besmettelijk)
  9. 9Commensaal'kostganger', in ons lichaam levende bacteriën die onder normale omstandigheden niet ziek maken
  10. 10Virulentieziekmakend vermogen van zowel virussen als bacteriën
  11. 11ontstaan en soorten infectieziekten1. Primaire infectie - porte d'entree
    2. Secundaire infectie - indirect, complicatie
    3. Superinfectie - infectie op infectie
    4. Kruisinfectie - contactinfectie
    5. Opportunistische infectie - alleen bij zeer lage weerstand
  12. 12Noem de 6 besmettingswegen /of porte d'entree1. cutaan (via de huid)
    2. aërogeen (via de luchtwegen)
    3. entraal (faeco) orale
    4. genitaal (via de geslachtsorganen)
    5. hematogeen (via het bloed)
    6. verticale/horizontale besmetting (placenta naar baby)
  13. 13Desinfectiehet doden, inactiveren of verwijderen van ziekteverwekkende organismen
  14. 14Sepsisbloedvergiftiging. zeer ziek door bacteriën die zich zelfs in de bloedbaan kunnen handhaven en vermenigvuldigen.
  15. 15pyemieElders in het lichaam vormen nieuwe abcessen na sepsis.
    Ziektekiemen vermeerderen zich in het bloed, verspreiden via de bloedbaan en veroorzaken op andere plaatsen in het lichaam ontstekingen
  16. 16InfiltraatOntsteking in dieper weefsel (ontstekingsvocht) en ontstekingscellen zitten massaal in de weefselspleten
  17. 17AbcesEen van tevoren niet bestaande holte gevuld met pus
  18. 18Therapie van een abcesAlgemeen: ondersteunend (rust en goede verzorging)
    Lokaal: insnijden en zorgen voor drainage.
  19. 19EmpyeemEen van tevoren wel bestaande holte gevuld met pus (bijv. galblaas)
  20. 20FistelPijpzweer. Gang naar buiten na doorbraak van een abces
  21. 21InfectieziekteBesmettelijke ziekte, ziekte die ontstaat door besmetting met ziektekiemen
  22. 22Bacterie- Een ééncellige organismen
    - Door delen kunnen ze zich zelfstandig vermenigvuldigen.
    - Te bestrijden met antibiotica
  23. 23Virus- Een parasiet die geen eigen metabolisme heeft
    - niet gevoelig voor antibiotica.
    - Ze kunnen zich niet zelfstandig vermenigvuldigen.
    - Altijd een gastheer nodig (--> piraat kaapt een cel) en geeft de opdracht aan de cel nieuwe virussen aan te maken.
  24. 24ProtozoEen 1cellig dierlijk organisme dat behoort tot de grote groep van zoöplankton. Protozoa zijn parasieten van de mens en kunnen ernstige infecties zoals malaria, slaapziekte veroorzaken
  25. 25Schimmelsschimmels zijn draadvormige organismen. Ze zijn saprofyten in de natuur. Ze kunnen ook parasiteren op de mens.
  26. 26Bacteriekweekkweken van bacteriën op voedingsbodem om ze te kunnen classifiseren
  27. 27ResistentieOngevoeligheid voor geneesmiddelen
  28. 28Ontsteking/inflammatioEen nuttige reactie van het lichaam op beschadigt weefsel of op prikkels van buiten
    --> duim van Basil
  29. 29Oorzaken van ontsteking Noem er 71. heamatoom
    2. thermisch letsel
    3. allergische reactie (hooikoorts)
    4. immunologische oorzaken
    5. chemische prikkel (zuur)
    6. mechanische prikkel (ongeval)
    7. ziekteverwekkers
  30. 30Noem de verschijnselen van een lokale onsteking1. Rubor: roodheid door vasodilitatie
    2. Tumor: zwelling door oedeem
    3. Calor: warmte door toegenomen doorbloeding en toegenomen activiteit in de cellen
    4. Dolor: pijn door lokale druk op de zenuwen
    5. Functio laesa: gestoorde functie
  31. 31OntstekingsmediatorenIn de beschadigde weefsels gaat een 'chemisch' alarm af, er worden stoffen afgegeven:
    - Histamine
    - Prostaglandine
    - Serotonine
    - Bradykinine
    --> activeren de ontstekingsverschijnselen
  32. 32systematische/algemene gevolgen van onsteking1. koorts
    2. malaise
    3. tachycardie, snellere hartslag
    4. anorexie (geen eetlust) /lusteloosheid
  33. 33Vormen van onsteking1. Catarrale ontsteking (slijmvlies)
    2. Infiltratieve onsteking
    3. Necrotiserende onsteking
  34. 34Verschil tussen ontsteking en infectieEen infectie is altijd door ziekteverwekkers veroorzaakt en is dus overdraagbaar!
    Ontstekingen treden op bij iedere schadelijke prikkel. dus ook bij niet overdraagbare prikkels (duim van Basil)
  35. 35Quarantaineiemand wordt er van verdacht besmettelijk te zijn wordt geïsoleerd tot dat het duidelijk is dat hij zij niet (meer) besmettelijk is.
  36. 36Recidief /=recrudescentieopnieuw optreden van ziekteverschijnselen, terwijl de patient eerst genezen leek. Of optreden van een zelfde ziekteverschijnsel op een andere plaats in het lichaam
  37. 37AfweerEen natuurlijke reactie van een organisme dat zich lichamelijke, geestelijk of maatschappelijk bedreigt voelt
  38. 38Immunologisch systeemDit systeem reageert op vreemde prikkels in het lichaam door specifieke cellen en antistoffen te maken om zich te beschermen
  39. 39Aspecifieke afweerDe verdediging is tegen alle typen antigeen/ziekteverwekkers gericht en bestaat uit twee lijnen
    1. huid en slijmvliezen
    2. fagocytose door leukocyten
  40. 40Noem alle eerstelijns aspecifieke afweermechanismen op (horen bij huid en slijmvliezen)1. De epidermis (laag dode huidcellen, ondoordringbaar)
    2. zweet en talgklieren --> scheiden zuur af
    3. speeksel, slijm in de mondholte/neusholte, tranen
    4. slijm van trilhaarslijmvlies in de luchtwegen
    5. Maagslijmvlies en PH2 zuuroplossing
    6. Urinewegen/zoute urine
    7. Slijm in de vagina, licht zuur
    8. Flora op de huid en darmen, goede bacteriën scheiden stoffen af die gericht zijn op slechte bacteriën.
  41. 41Wat is fagocytose (in de afweer)Door leukocyten worden ziekteverwekkers opgeruimd. ze ruimen alles op wat ziekteverwekkend is (niet specifiek)
  42. 42LeukocytoseBij een ontsteking neemt de vorming van leukocyten toe, om zoveel mogelijk ziekteverwekkers onschadelijk te maken.
  43. 43LeukocytenWitte bloedcellen
  44. 44Specifieke afweer- Door T-cellen (T1 t/m T4)
    Specifiek tegen de veroorzaker van een infectie en maken geen antistoffen
    - B-cellen = humorale afweer
    Delen zich tot plasmacellen en die maken immunoglobines (antistoffen) die aan de indringer hechten en de T-cel helpen bij herkenning
    BEIDEN (T- en B-cellen) maken geheugencellen
  45. 45Immuniteit NatuurlijkActieve immuniteit
    - door het doormaken van een ziekte
    - niet altijd blijvend
    --> prikkelt de B-cellen om antistoffen de produceren
    Passieve immuniteit
    - overdracht placenta/moedermelk
    - gedurende 6 maanden van het leven
    - voor ziektes waarvan de moeder antistoffen had
  46. 46Immuniteit KustmatigActief
    - door vaccinatie: toedienen van verzwakte of gedode ziektekiemen/onschadelijk gemaakte toxine. Dus in alle gevallend oor antigeen zelf.
    --> prikkelt de B-cellen om antistoffen de produceren
    Passief
    - Antiserum: kant-en-klare antistoffen die gemaakt zijn door een ander mens/dier
    (vaak gebruikt bij slangenbeten)
  47. 47AntigeenEen vreemde stof/ziekteverwekker dat ons lichaam binnenkomt
    - voorwerpen van metaal
    - chemische stoffen
    - delen van planten
    - micro-organismen: bacteriën, virussen, schimmels, protozoa
  48. 48lichaamstemperatuur -meten-Meten van de lichaamstemperatuur
    - Rectaal (via de anus)
    - Oraal (via de mond)
    - Axillair (via de oksel)
  49. 49TemperatuurregulatieDit vindt plaats in de verlengde merg en in de hypothalamus (gebied in de hersenen)
    - in de huid: temperatuurgevoelige sensoren
    - in de hersenen: temperatuur regulerende centra
  50. 50Temperatuurregulatie reflexen kou1. metabolisme stijgt sterk
    2. O2 consumptie stijgt hierdoor
    3. Perifere vasoconstrictie
    4. spierspannig (bleek, kippenvel, rillen)
    5. afname zweetsecretie
  51. 51Temperatuurregulatie reflexen warmte1. vasodilatatie
    2. rode huid
    3. toename zweetsecretie
  52. 52Normale lichaamstemperatuurNormale lichaamstemperatuur, tussen 36,5 graden en 37,5 graden Celsius.
  53. 53sub-febriele lichaamstemperatuurTussen 37,5 en 38 graden Celsius
    mate van temperatuurstijging, maar TOT 38 graden
  54. 54KoortsTussen 38 en 41 graden Celsius
    Wanneer de lichaamstemperatuur 38 graden celsius is of HOGER
  55. 55HypertermieDe lichaamstemperatuur is HOGER dan 41 graden Celsius
  56. 56HypothermieOnderkoeling/ondertemperatuur
    De lichaamstemperatuur is onder de 35 graden Celsius
  57. 57Bouw van de huid1. Epidermis (opperhuid)
    2. Dermis (lederhuid)
    Subcutis onderhuidsbindweefsel (Hoort NIET bij de huid)!!
  58. 58Functies van de huid1. Bescherming
    (mechanisch, chemisch, biologisch (bacteriën), straling UV en uitdroging).
    2. Uitscheiding
    Water verdamping, zout
    3. Temperatuurregulatie
    Vasoconstrictie, vasodilatatie en transpiratie
    4. Synthese van vitamine D
    ergosterol wordt in de huidcellen m.b.v. UV straling omgezet in vit. D
    5. sensorische functie
    druk, pijn, tast en temperatuur
  59. 59KerntemperatuurDe gemiddelde temperatuur van 37 °C noem je de kerntemperatuur. De temperatuur om de organen.
  60. 60SchiltemperatuurDe (lagere) temperatuur om de kerntemperatuur heen.
    - verder van de kern af wordt de temperatuur in het lichaam lager, armen, benen, voeten -
    De 'grens/overgang' veranderd bij inspanning!
  61. 61Wat is een wond?Elke verbreking in de natuurlijke (en/of functionele) samenhang van een weefsel
  62. 62Open wond- Huid of slijmvlies zijn beschadigd
    - Er is contact met de buitenwereld van dieper gelegen weefsels
    - Infectiegevaar
    - Gevaar van sepsis
  63. 63Gesloten wond- Een weefselbeschadiging waarbij de huid/slijmvlies in tact zijn gebleven
    - Geen contact met de buitenwereld van diepere weefsels
    - Geen infectiegevaar
  64. 64Symptomen rode wond- Wond is aan het helen
    - De wond is goed doorbloed
    - Kan oppervlakkig zijn of diep
  65. 65Symptomen gele wond- Heeft vaak veel wondvocht (denk aan ontsteking)
    - Pus kan duiden op een ontstoken wond
    - Wordt veroorzaakt door een infectie
    - De wond moet ontsmet worden
  66. 66Symptoom zwarte wond- duidt op necrotisch weefsel
    - necrotisch weefsel is voedingsbron voor micro-organismen
    - necrotisch weefsel moet weggesneden worden
  67. 67Brandwonden Noem de kenmerken 1e graads- schade beperkt tot epitheel
    - wond is rood en pijnlijk
  68. 68Brandwond 2e graads- Schade tot dermis
    - roodheid, blaren en veel pijn
  69. 69Brandwond 3e graads- wit/bruine/zwarte verkleuring
    (zoals bij gekookt vlees)
    - necrose / gangreen treedt op (afgestorven weefsel)

Information

Description
User has deleted their subject information Flashcards on AFP - Infectie, created by Deleted user on 10/11/2017.
Created by
Deleted user
Views
15
History
  • Created by C de Haan · Oct 30, 2017
  • Copied by C de Haan · Nov 10, 2017
Rating

Feedback

What is it about?

What do you think of the new look?

How do you like it?