zuiveringstechnieken

diaan.m.s
Mind Map by diaan.m.s, updated more than 1 year ago
diaan.m.s
Created by diaan.m.s about 6 years ago
217
1

Description

Analytische chemie Mind Map on zuiveringstechnieken, created by diaan.m.s on 12/24/2013.
Tags

Resource summary

zuiveringstechnieken
1 bereiden van extracten
1.1 homogenisatiedium
1.1.1 weerspiegeling van de originele cel
1.2 homogenisatietechnieken
1.2.1 mechanische, enzymatische methoden of gebruik van detergenten
1.2.2 immunomagnetische scheiding
1.2.2.1 specifiek antilichaam voor directe techniek of secundair antilichaam als indirecte techniek
1.2.3 celsortering
1.2.3.1 cytometry flow
1.2.4 fractionatie
2 identificatie en karakterisatie van fracties
2.1 morfologische analyse
2.2 enzymatische analyse
2.2.1 specifieke enzymen als merkers gebruiken, vervolgens word direct de katalytische activiteit gemeten of indirect als de meetbare verandering optreed door een gekoppelde tweede reactie
2.3 biochemische analyse
2.3.1 DNA en RNA kwantificeren dmv UV absorptietechnieken of fluorimetrie
2.3.2 eiwitten kwantificeren, dmv absorptie, fluorimetrie of colorimetrie
2.4 immuundetectie
2.4.1 gemerkt antigeen competeert met het antigeen uit het te analyseren staal voor het antilichaam
2.5 proteoom analyse
2.5.1 elektroforese, massaspectrometrie
3 zuiveringsmethoden
3.1 precipitatie van (macro)moleculen
3.1.1 uitzouten, isoelektrisch (pI, isoelektrisch punt), met organische solventen (methanol ethanol propanol aceton of diethylether) die de dielektriciteitsconstante verlagen of immoniprecipitatie waarbij antigenen binden aan specifieke antilichamen gebonden op proteine A of proteine G agarose
3.2 centrifugatie
3.2.1 sedimentatiecoefficient en dichtheid, differentiele centrifugatie en zone of dichtheidsgradient centrifugatie
3.3 chromatografisch
3.3.1 opgeloste stoffen scheiden door in medium met verdelende deeltjes die selectief voor retentie zorgen. differentiele migratie door de kolom, verschil in verdeling over de mobiele en stationaire fase van het systeem
3.3.2 theoretische berschrijving
3.3.2.1 distributie coefficienten, verdelingsfactor en verdelingsconstante
3.3.2.2 verdelingsisotherm, relatie tussen de hoeveelheid stof in de stationaire fase en de concentratie in de mobiele fase: lineair, convex of concave curve
3.3.2.3 factoren bepalend voor bandverbreding: niet uniforme stroming, eddy diffusie, ofwel niet afhankelijk van het debiet. of longitudinale diffusie is diffusie in de mobiele fase 1/debiet. Massaoverdracht.
3.3.2.3.1 de drie factoren die bijdragen aan het aantal platen in de kolom
3.3.2.4 chromatische kolom resolutie Rs
3.3.2.4.1 scheiding van stoffen dmv verschil in migratiesnelheid bepaald door solvens- en kolomefficientie, bepaald door het aantal platen N. voor Rs=1 is er een in THEORIE scheiding van pieken tot op de basislijn, maa door de gaussiaanse vorm is dit voor Rs=1.5
3.3.3 indeling methoden
3.3.3.1 gaschromatografie
3.3.3.1.1 vluchtige stoffen scheiden in een gasstroom doorheen de kolom met stationaire fase (vaak silan) . dragergas is inert(stikstof, argon, helium of CO), detectie gebaseerd op vlmionisatie
3.3.3.1.1.1 gradient elutie: continue verandering van T. isotherme elutie: bij constante T
3.3.3.2 papier en dunlaag chromatografie
3.3.3.2.1 scheiding op 2D oppervlak, papier als stationaire fase en water als drager, bij dunlaag is de stationaire fase een polaire stof zoals silica of alumina op glas plastiek of aluminiumplaat aangebracht. vaak in opwaartse richting.
3.3.3.3 kolomchromatografie
3.3.3.3.1 matrix met kleine korrels, kolom met kleine diameter en een optimaal debiet (van Deemter vgl)
3.3.3.3.1.1 conventionele dragers: cellulose, dextran, agarose, polyacrylamide, drager met kleine korrels(microporeus): glas/silica of synthetische polymeren. recent ontwikkeld zijn de polystyreenkorrels met agarosegel.
3.3.3.3.1.2 types
3.3.3.3.1.2.1 ionenuitwisseling
3.3.3.3.1.2.1.1 kation uitwisselaar heeft een sterke of zwakke zuurgroep en anion uitwisselaar een basische groep. deze zijn onoplosbaar. mechanisme berust op competitie tegen de ladingen van de stationaire fase. capaciteit in pH afhankelijk.
3.3.3.3.1.2.2 gel filtratie of moleculaire zeef chromatografie
3.3.3.3.1.2.2.1 GEEN interactie tussen de stationaire en mobiele fase. grote moleculen dringen niet in de porien en gaan mee met de mobiele fase. kleine juist wel en gaat vertraagd door de kolom
3.3.3.3.1.2.3 hydrofoob
3.3.3.3.1.2.3.1 omgekeerde fase chromatografie
3.3.3.3.1.2.3.1.1 bv met trifluorazijnzuur. scheiding van stoffen mbv gradient elutie met een organische solvent welke de hydrofobiciteit voor de mobiele fase verhoogd.
3.3.3.3.1.2.3.2 interactiechromatografie (HIC)
3.3.3.3.1.2.3.2.1 gebruikmakend van de hydrofobe eigenschappen van het eiwitoppervlak. elutie met dalende zoutgradient iit ionenchromatografie.
3.3.3.3.1.2.4 affiniteitschromatografie
3.3.3.3.1.2.4.1 gebaseerd op specifieke interacties tussen bv enzym en substraat. efficientie bepaalt door de matrix geoppelde groep ofwel de stationaire fase.
3.3.3.3.2 isocratische elutie: scheiden dmv eluens met constante samenstelling, of gradient elutie waarbij de k-waarde van de opgeloste stoffen veranderd door de samenstelling van het eluens te veranderen
3.3.3.3.2.1 eluens = loopvloeistof die analiet over drager verplaatst
3.4 elektroforese
3.4.1 beweging van geladen moleculen in een elektrisch veld (elektroforetische mobiliteit) afhankelijk van lading, viscositeit en de afmetingen van de moleculen. DNA en RNA hebben een uniforme negatieve lading, eiwitten hebben een lading afhankelijk van de pH en de pI. door denaturatie met SDS krijgen de eiwitten ook een uniforme negatieve lading.
3.4.1.1 dunlaag of papier elektroforese. op platen is cellulose silica of polyacrylamide aangebracht, deze is verbonden aan de kathode. de anode de bufferoplossingen
3.4.1.2 agarose gel elektroferese of polyacrylamide gel elektroforese. bij de polyacrylamide kun je gels verkrijgen met verschil in poriegrootte door de verhouding acrylamide/bisacrylamide te verandering. scheiden op molecuulmassa
3.4.1.3 discontinu buffersysteem, als de buffersamenstelling veranderd per compartiment (staal, gel, elektrodereservoirs) of een continu buffersysteem
3.4.1.4 elektrofocussing: pH gradient gestabiliseerd met amfolieten. eiwitten migreren naar de pI. 1e dimensie is scheiding op lading. 2 dimensie is scheiden op molecuulmassa met SDS polyacrylamide gel elektroforese
Show full summary Hide full summary

Similar

massaspectronomie
diaan.m.s
Moleculaire stelsels
diaan.m.s
Elektrochemie
diaan.m.s
Untitled
chloe.goyvaerts
PHYSICS P1 1
x_clairey_x
Biology- Genes and Variation
Laura Perry
AQA Physics P1 Quiz
Bella Statham
GCSE Maths: Algebra & Number Quiz
Andrea Leyden
Acids and Bases quiz
Derek Cumberbatch
Cloud Data Integration Specialist Certification
James McLean
1PR101 1.test - 7. část
Nikola Truong