Fichas
Osg De Hogeberg 4 kader

Fichas del conjunto (15)
- 1Bedenk een vraag in het Engels in de verleden tijd. Begin met did.Did + stam van het werkwoord.

- 2Maak je vraag ontkennend. Schijf de vraag helemaal opnieuw op.Didn't + stam van het werkwoord.
- 3Schrijf een zin in het Engels waaruit blijkt waar en wanneer iets is gebeurt.Plaats voor Tijd.
- 4Schrijf een Engelse zin waar het woordje 'much' in voorkomt.Much + enkelvoud
- 5Schrijf een Engelse zin waar het woordje 'many' in voorkomt.Many + meervoud
- 6Those, this, that en these noemen we aanwijzende voornaamwoorden. Goed of fout?goed

- 7Those gebruik je als je meerdere dingen aanwijst die ver weg staan. Goed of fout?Goed
- 8What was going on? to be + ww-ing Welke 2 vormen van to be in de verleden tijd ken je?was
were - 9I was, you were, he was, she was, it was, we were, you were, they were. Wat is het verschil tussen de 1e en de 2e 'you were'?enkelevoud
meervoud
jij was, jullie waren - 10Your or mine Its mine....gaat over een persoon of een ding?een ding

- 11Vertaal de zin; Het is die van haar.It is hers.

- 12Wat hebben al deze woorden gemeen? saw see called call went go did doHet zijn allemaal werkwoorden.
- 13Wat hebben saw, called, went en did gemeen?Allemaal werkwoorden in de verleden tijd.
- 14Saw, called, went en did. Welke zijn onregelmatige werkwoorden?Saw, went, did.
- 1514 vragen. Bedoeld om te kijken of ik het al een keer goed heb uitgelegd en of jullie het nog weten.Let's go for it!